Media en innovatie: kunnen mediabedrijven de Fuji berg verplaatsen?

Begin december gaf Google België een feestje bij de opening van haar nieuwe kantoren. (Leuk zicht overigens op het Leopold Park, de achtertuin van de kantoren van de EU). Eén van de mensen waarmee ik toen heb staan praten, was vanuit Dublin verantwoordelijk voor de Europese PR inspanningen van de zoekgigant. Google lanceerde net die avond living stories, één van de ongeveer 60 innovaties per maand die Google in de markt zet, wat ons al grappend tot de conclusie bracht dat alleen al het volgen van wat er bij Google gebeurt bijna een dagtaak op zich is.

Maar zoals elke grap zit er ook hier een kern van waarheid in : Google innoveert in een ontzettend hoog tempo. Alles met wat naam heeft ondertussen zijn licht al laten schijnen op Google's innovatieve cultuur :

Twee centrale elementen in die principes zijn mensen ("huur mensen met passie voor hun vak") en gebruikers ("plaats de gebruiker centraal")

Bedrijven als Google (maar ook Microsoft, Apple ...) maken "innovatief vermogen" tot een belangrijk onderdeel van hun aanwervingsstrategie. Een solliciant moet bijvoorbeeld een antwoord kunnen verzinnen op onconventionele vragen als "hoeveel pianostemmers zijn er in de hele wereld?". En dat brengt me bij de titel van deze post : "How would you move mount Fuji", het boek dat William Poundstone enkele jaren terug schreef over dit soort puzzels en hoe ze het best aan te pakken.

Kunnen wij als mediabedrijven op dezelfde manier bergen verplaatsen?

Als traditionele mediabedrijven jammeren over hoe Google hun content steelt, dan hebben ze een punt. Maar soms loont het om ook eens de wereld doorheen de bril van de andere partij te bekijken. Door de bril van Google gekeken, zie je mediabedrijven als logge instituten die nauwelijks innoveren, geen cultuur van testen hebben en weinig of niets van hun gebruikers leren. Geen wonder dat de technoratie het idee hebben dat traditionele mediabedrijven hun beste tijd gehad hebben.

Als er bij Google discussie is over welke tint blauw er op een pagina gebruikt moet worden, en hoe dik een lijn moet zijn, dan testen ze de (41) varianten toch gewoon even uit op telkens enkele duizenden gebruikers, en zo lopen er elke dag wel tests op kleine steekproeven van gebruikers. Als je tussen traditionele mediamensen verwijst naar de geautomatiseerde aanpak van de Huffington Post om titels te optimaliseren, dan is dat 'eng' want 'marketing'. Als Google leert dat de laadtijden van een pagina een beslissend element zijn in de gebruikerservaring (en als gevolg heeft dat gebruikers in de toekomst je site vaker of minder vaak bezoeken) dan verzint Google van alles en nog wat (tot desnoods eigen browsers en DNS servers toe) om het web sneller te maken. En Marissa Meyer van Google stelt terecht de vraag hoe we elke gebruiker hetzelfde nieuwsartikel kunnen serveren, ook al zouden we op basis van gebruikersgegevens inzicht kunnen hebben in wat de lezer al als achtegrond informatie heeft ... En dat maakt dat Google het bedrijf is dat Fast Flip (sneller!) en living stories (personaliseer het nieuws in functie van wat je al eerder las!) lanceert, innovaties waarmee het ook probeert aansluiting te vinden bij (de frustraties) van gebruikers (plaats de gebruiker centraal!)

Laten we even kijken naar de innovaties die mediabedrijven in de afgelopen maanden afgeleverd hebben:
Mooie concepten, maar wel nog steeds concepten die "content" centraal stellen (al dan niet multimediaal wat opgewaardeerd) en niet "de gebruiker". Concepten die vooral op zoek gaan naar een "nieuw kanaal" en minder naar een "nieuwe gebruikerservaring".

Gelukkig zijn er ook nog een aantal denkers die buiten de gebaande paden treden. Hoewel Adam Penenberg bij Fast Company de analyse voor boeken maakt kun je ze met wat goede wil ook toepassen op dagbladen en magazines : de manier waarop boeken nu op e-readers gebracht worden is het equivalent van hoe de eerste automodellen 'horseless carriages' genoemd werden. Penenberg voorziet een enorme inhoudelijke evolutie, iets waar hij op één lijn zit met Mark Thompson (Knight Foundation, Thompson was ook gastspreker op Show me the money) die wil dat we evolueren naar timeless news (lees zeker ook de 'related stories').

Om nog even met Google af te slujiten, Jeff Jarvis heeft in "What would Google do" een poging gedaan om, met de bril van Google op, de nieuwsindustrie te innoveren. Toch heb ik het idee dat we het veel meer gaan moeten zoeken in de lijn van de vorige paragraaf.

Journalistiek 2.0: journalistiek in stellingen

Journalistiek moet een van de meest bedebatteerde onderwerpen van het moment zijn: op iets meer dan een maand tijd tel ik er minstens vier :


Over "De markt is de baas" zou ik een hele post kunnen maken onder de titel "En de marketeer, hij zweeg" (wat ik dus niet gedaan heb - de post, het de lippen op elkaar klemmen daarentegen wel), maar aangezien ik gisteren bij "Journalistiek 2.0" mee in het panel zat, kon ik er niet echt onderuit (ook al betekent dat, dat je het aanwezige journalisten gilde nog maar eens de kast opjaag :-)

Ik onthou volgende dingen: (voor een evenwichtig verslag zul je dus elders in de blogosfeer terecht moeten)
  • Iedereen is het er over heen dat de toekomst multimediaal/crossmediaal zal zijn, maar hoe die toekomst er juist moet gaan uitzien, daar zijn we nog niet uit. Dat maakt het moeilijk om conclusies te trekken naar het profiel van die toekomstige journalist, ook al omdat (eigen observatie) studenten journalistiek 'audiovisueel' en studenten journalistiek 'geschreven media' twee verschillende "markten" lijken te vormen voor de opleidingen.
  • de theoretici kijken naar de 'journalist' van de toekomst, de pragmatici naar de 'redactie' van de toekomst. Pragmatici (en laat ik daar Johan Mortelmans toe rekenen) trekken de analogie met een team wielrenners : iedereen moet kunnen fietsen, maar je hebt ook sprinters nodig, werkers, klimmers en af en toe kom je all round talent tegen waar aan je alles kan toevertrouwen : die witte raven zullen een videoreportage maken, vooraf voor de radio iets doorbellen en tussendoor ook nog berichten voor websites en kranten kunnen schrijven.
  • het crossmediale VRT project werd in de stellingen als mislukking opgevoerd, wat door Peter Verlinden toch wel stevig genuanceerd werd. En als ik de ervaringen van Peter hoor, dan komt die ervaringen zelfs in grote mate overeen met de 'beste praktijken' in multimediale geïntegreerde redacties. Persoonlijke bedenking : ik denk dat we multimedia nog heel klassiek (silomatig) benaderen en dat echte evoluties hierin ook maar zullen plaatsvinden als een nieuwe generatie instroomt.
  • Technologie (bv. videojournalistiek) geeft de journalist meer mogelijkheden dan ooit om zijn verhaal te vertellen. Het bevrijdt grafici, fotografen en cameramensen ook van routine opdrachten, en maakt het hen mogelijk op zoek te gaan naar beelden en infografieken die het verschil maken. Uitdagend voor wie zich in de eerste als 'story teller' ziet, en misschien eerder angstaanjagend voor wie zich in eerste instantie als vakman ('schrijver' ...) ziet. Maar je gaat toch niet in de media om een routinejob te hebben?
  • Dat Twitter (of bij uitbreiding Facebook feeds) een nieuwsbron kan zijn, daar kan met enige nuance iedereen zich in vinden. Maar de theoretici houden vast aan het klassieke model "bron-gatekeeper-..." terwijl pragmatici beseffen dat media in de toekomst minder broadcaster en meer onderdeel van het totale netwerk (inbound en outbound) zullen vormen. Zoals Johan Mortelmans het stelt : twitter/facebook zijn niet anders dan het café van vroeger waar de journalist zijn oor te luisteren legde... Praktisch: gebruik die tools om mensen in het netwerk vragen te stellen, feiten te verifiëren waar traditionele bronnen als woordvoeders (ook belangrijk) te kort schieten ... en breng het verhaal als een living story, erken welke feiten 'unverified' zijn, vul die doorheen de tijd aan met verificaties en wees transparant in wie je bronnen waren. Jessica Wit bij het NRC (toch een 'kwaliteitskrant') stelt heel duidelijk dat journalisten in de toekomst misschien minder de klassieke verslaggever zullen zijn en meer gespreksleider. En bij The Guardian spreken ze over "curators".
  • Media lijken veel op mekaar, maar dat komt ook omdat media veel naar elkaar kijken. Dat zal om markt- en economische redenen in de toekomst misschien niet houdbaar blijven .... Mogelijk verandert daardoor de structuur van mediabedrijven ingrijpend. Media zullen mogelijk kiezen voor meer outsourcing (niet leuk, maar wel relatief veilig) of voor specialisatie (gedurfd), en de eerste tekenen daarvan zien we al aan de (buitenlandse) horizon. Maar wat die niches of specialisatie zouden kunnen zijn, zeker in onze Vlaamse context, dat is nog heel onduidelijk. En dat legt de lat voor de toekomstige journalist natuurlijk zeer hoog (algemene kennis, specialisatie, je talent als nieuwsjager, multimedia vaardigheden ...) De horizon voor dat soort evoluties, ligt toch ook weer wat verder in de toekomst dan de voorhoede denkt / verwacht.
  • "Marketing", als paraplu begrip voor alles wat je doet om dat nieuws zo optimaal mogelijk naar de gebruiker te brengen, wordt in dit soort debatten altijd automatisch de vijand van "kwaliteit". Dat is een punt waarin we mekaar nooit gaan vinden (maar waarin we misschien wel de bandbreedte wat in kunnen beperken :-) . Maar 'kwantiteit' (je bereik) is ook een 'kwaliteit'. Niet alleen voor de economische relevantie van een medium,maar ook voor de maatschappelijke relevantie. Het valt me altijd op hoe het team achter De Standaard van beide dimensies doordrongen is. En we moeten als media makers ook beseffen dat er daarbuiten elke dag nieuwe spelers opdagen, die heel andere spelregels hanteren en als je niet uitkijkt het hele speelveld herdefiniëren. De Amerikaanse Huffington Post vraagt haar redacteurs 2 zo optimaal mogelijke titelvarianten in te geven, die automatisch op een staal van bezoekers uitgetest worden, waarna de winnende variant de definitieve titel wordt. Eén van de vele dingen die deze blog doet in de jacht op lezers. In Nederland maaide nu.nl het gras weg voor de voeten van de traditionele mediaspelers, door radicaal nieuws dat meer gelezen werd, naar boven te schuiven.
  • Wat ons bij "nieuwsselectie" en de invloed van social media daarop - de laatste stelling - brengt. Kunnen we daar a.u.b. het verschil maken tussen media voor inzichtzoekers ("kwaliteitsmedia") en media voor wie deel wil uitmaken van het groter geheel ("populaire media"). En voor die laatste groep kan de invloed van sociale media op nieuwsselectie juist een plus zijn. En laten we niet naiëf zijn, er is vandaag al een wisselwerking tussen nieuwsselectie en de lijstjes met "meest gelezen, meest doorgestuurd, meest gedeeld op Facebook ..."

Het debat werd professioneel vastgelegd in audio en video en aan het einde van de sessie werd een door de studenten aangemaakte wiki gepresenteerd, dus met multimedia zit het bij de HU Brussel wel goed. Helemaal fraai zou natuurlijk een backchannel geweest zijn met live twitter feeds en publieksvragen, zoals dat tegenwoordig wat de norm is.

Het volgende is geen kritiek, want de organisatie was perfect en het was ook inhoudelijk een goed debat (en dat krijg je ook alleen maar dankzij een goede voorbereiding), maar wat ik echt mis, is een update van journalistiek2punt0.be . (Update zaterdag 19/12: nog steeds "brochureware").

Hoe zou zoiets er kunnen uitzien :
  • Herneem even de gepresenteerde stellingen, met een korte transcriptie van wat er gezegd is, misschien ?
  • Een poll en wat commentaren om het debat voort te zetten ?
  • Al een klein stukje video met de belofte om meer te brengen ?
  • Zijn er tijdens pauze en receptie (overigens heel gezellig) voxpops opgenomen (Eén van de basiswetten in media : mensen zien graag mensen)?
  • Brengen we links en verwijzingen online naar de mensen en media die tijdens de debatten ter sprake kwamen ?

Laten jullie hier geen kansen liggen om een modern multimediaal journalistiek product af te leveren, dat nog lang kan leven als een constante promotie, update en eventuele correctie van traditionele journalistieke producten (een verslag, een reportage ...) . En vermarkt het dan ook zelf : post links en rechts op facebook en persoonlijke blogs wat berichten om verkeer te genereren, Google en Facebook doen de rest. Onthou dat steeds meer journalisten de - sorry - 'vermarkting' van hun stukken voor eigen rekening nemen - en dat is een goede zaak-, en daar het internet voor inzetten ( de journalist als "merk") Wat ervaring hiermee opdoen is alleen maar een plus voor je cv.

Veel werk? Als iemand met mijn agenda, die ook nog eens op donderdagavond en vrijdag doorheen de Brusselse sneeuw mocht ploegen, al een bericht kan posten, dan moet de collectieve intelligentie van een honderdtal studenten tot veel in staat zijn.

Even in de marge : het was leuk om Kristof Hoefkens terug te zien, het was leuk met een heleboel nieuwe mensen kennis te maken, maar daarover later meer.

Journalistiek 2.0

Ter info, morgen neem ik deel aan een door de masterstudenten Journalistiek van de Hogeschool-Universiteit Brussel georganiseerd debat over de toekomst van journalistiek in het digitale tijdperk. (Ik spring in voor Monique Raaffels, directeur van Metro, die verhinderd was) De studenten hebben een mooie bio van mij bij elkaar gesprokkeld, laat ik dat dan morgen ook maar (proberen) waar (te) maken.