Posts tonen met het label mediamarketing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mediamarketing. Alle posts tonen

De conversation manager twittert

Twitter heeft sinds kort een blog voor mediamensen met ideeën over hoe je twitter kan inzetten om programma's, kranten en tijdschriften te promoten. Wat vind je hier : suggesties, beste praktijken en handige tips, zoals (verwijzingen naar) tips voor journalisten om het waarheidsgehalte van een 'tweet' te achterhalen.

Onder het kopje 'case studies' vind je er voorlopig nog maar één, die van het kabelkanaal Oxygen dat een interessant experiment opzette bij de lancering van het vierde seizoen van 'Bad Girls Club'.

Oxygen profiteerde maximaal van het tijdsverschil tussen Oost en Westkust - de VS omvatten immers een drietal tijdszones. Een klassiek opzet van testmarkt en controlegroep. Het programma dat aan de Oostkust uitgezonden werd, kreeg een nieuw programma mee ('Oxygen Live') waarin leden van de 'cast' de conversatie aangingen met hun publiek, het programma aan de Westkust in eerste instantie niet.

De kijkcijfers aan de Oostkust lagen +92% hoger dan in seizoen 3, die aan de Westkust +14%. Toen 'Oxygen Live' ook ingevoerd werd aan de Westkust, kreeg ook hier het aantal kijkers t.o.v. het vorige seizoen een flinke duw in de rug (+56%). Het verschil in de doelgroep vrouwen 18-49 was nog extremer. Lees de casestudy hier.

UPDATE 14/4:
Liveblog MIPV (Cannes) over sociale media als aanjager voor klassieke media

Ook de Belgische krant De Morgen bracht vandaag een stukje over MIPTV

(Chloe Madden) ... ook omdat Twitter nu ... manier is waarop veel mensen ontdekken wat ze willen bekijken...Ook bij Facebook zijn ze ervan overtuigd dat beide media elkaar kunnen versterken (Stephen Haines) ...Facebook werkte al samen met onder meer CNN en het Britse Channel 4 om na te gaan wat het effect van een goede Facebookpagina kan zijn. Twitter experimenteerde onder meer tijdens de Video Music Awards van MTV, waar de miljoen tweets over de show onmiddellijk gevisualiseerd werden op basis van populariteit... In Spanje loopt sinds eind maart op de digitale zender Veo7 een discussieprogramma dat alleen met Twitter werkt.



VERWANT:
UPDATE 4/7: een interessante infografiek over de relatie tussen online buzz en kijkcijfers bij Mashable

De conversation manager in actie

Sta me toe even terug te komen op de conversation manager.

Twee voorbeelden van hoe media de 'conversatie' inzetten om meer media consumenten te bereiken en de beleving te versterken:

Media Bouwer: Frits Barend

‘We hebben helemaal geen marketingonderzoek gedaan om te kijken of er behoefte was aan een blad als Helden. Welnee. We wilden een sporttijdschrift maken dat zowel de man als de vrouw interesseert, dik of dun, oud of jong.’ De titel is bedacht door een vriendin van Barends dochter en mede-oprichter van het blad, Barbara. ‘Een groepje van vrienden van Barbara wasop een avond bij elkaar en toen kwam één van hen op de term “helden”. We hebben behoefte aan helden!’ Barend belde uitgever en financier Erwin Asselman: ‘Helden! Dat wordt de titel. Niets meer aan doen.’ Tot zijn verbazing zag Barend nadat ze het eerste nummer hadden gelanceerd, overal het begrip ‘helden’ opduiken.
Via MolBlog

BEDENKING: Intuïtie en analyse hoeven elkaar overigens niet uit te sluiten. Wie ooit les van mij gehad heeft, weet dat ik het enorm belangrijk vind dat een medium aansluit bij de persoonlijke waarden van de doelgroep en ook iets vertelt over de cultuur van de doelgroep, want hoe kan iemand zich anders lid voelen. Om die cultuur uitingen te inventariseren gebruik ik een schema met "waarden, symbolen, rituelen" en ... jawel "helden"

Media met een smoel

Word de journalist van de toekomst zelf een merk, of blijven klassieke media hun merkwaarde houden, dat was één van de discussiepunten gisteren. (In de marge: de presentatie van Bart De Waele: 'old media vs new media' is vandaag als een lopend vuurtje doorheen cyberspace gegaan ...)

Misschien maakt de vraag niet zoveel uit en is het veel belangrijker dat - of het nu het medium of de journalist is - er überhaupt een merk is. En misschien ontbreekt het vandaag ons allemaal wat teveel aan die duidelijke smoel.

Twee recente quotes over media met een smoel: één over het succes van Bild (via Mario Garcia), één over Telegraaf (via MediaNetwerk)

“It is simple... We reflect what Germans feel. The other newspapers in Germany report factual reports, objective stories, press conferences. We don’t. We report what the people feel. On the day a German Pope was named, our headline was “We are Pope... because that is what the man in the street was feeling...Reason to celebrate, to be proud. We reflected that with our headline right on Page One.“

It is called “community... we have lost that sense of community. Bild Zeitung takes care of that. We are like a big community and we present and reflect the passions, feelings and things that the German people are talking about, reflecting upon, discussing—-that is what makes us what we are. That is our uniqueness. In a sense, the reason for our success”


Ik ben geen fan van De Telegraaf... maar je kunt De Telegraaf niet betrappen op het ontbreken van een mening. Ik heb dus wel stille bewondering voor de manier waarop hoofdredacteur Sjuul Paradijs eigen maatschappelijke issues weet te agenderen en daarmee de onmisbaarheid van zijn krant laat zien. Het geldt op andere terreinen ook voor De Volkskrant. Die begrijpt de tijdgeest, zet vanuit een constructievere houding dan de krant van “ wakker nederland”, eveneens zijn tanden in de discussie en levert zo een bijdrage aan het ontstaan van een nieuwe kijk op de samenleving...Dan nu de omroepen... enig idee waarvoor ze staan, hoe ze tegen de samenleving aankijken en welke dwingende positie ze innemen in het maatschappelijk debat? Het is ... verpletterend stil.

Waar sta je voor als journalist en/of medium? Weet je waar je doelgroep van wakker ligt en verdedig je dat met passie ? Ben je de held van je doelgroep ? Heb je charisma? Dan heb je ook de toekomst.

Als media laten we daar kansen liggen. Als vandaag de vuilnisophalers van Veolia in Limburg staken, dan is goede factuele verslaggeving een begin. En die krijg je ook, degelijk uitgewerkt. Maar graag begrip dat ik als lezer niet weet of in mijn gemeente het vuilnis opgehaald wordt door het stakende Veolia of het werkende Sita. Dus ben ik - sorry - minder geïnteresseerd in welke gemeenten gisteren het huisvuil niet werd opgehaald en lig ik meer wakker van de vraag of ik vandaag mijn vuilniszak mocht buitenzetten, en zo neen, wanneer wel. Vuilnis is misschien niet sexy, maar dit soort informatie maakt je als medium wel relevant, maakt je als medium wel de held van je (in dit geval regionale) doelgroep. En, niet onbelangrijk, dit is informatie die je lezers kunnen delen met hun kennissen ('Social currency' zou Bart De Waele dit noemen, in mijn wereld noemen we dit 'sociale integratie') , nog een manier om relevant te blijven, de held van de held van de doelgroep te zijn.

LEES OOK: media merken bouwen : "maak van je medium een held" en "stop een held in je medium"

In de marge: niets is verrassender dan Mario Garcia ("pure design") bij Bild aan te treffen. Laten we eerlijk zijn, Bild is vandaag de antithese van waar Mario Garcia voor staat. (Lees ook: layout, systematische chaos versus structuur). Dat gaat nog interessant wordenLink

Getting media communities right

Succesvolle media dienen een "community". Media gebruikers willen immers ergens toe behoren, deel uitmaken van iets groters. Hoe persoonlijke waarden en sociale integratie een rol spelen in media gebruik, vind je uitgebreid beschreven in het media uses & gratifications model. Dus wordt het woord "community" bij media bouwers te pas en te onpas gebruikt.

Dat maakt het artikel "getting brand communities right" in Harvard Business Review van april 2009 (abonnement noodzakelijk) zo interessant Brand managers krijgen in dit artikel een veeg uit te pan, omdat ze te kunstmatig communities proberen te bouwen. Want, wat mensen uiteindelijk willen is 'contact', en als je community niet meer is dan een soort virtueel lidmaatschap van een club waarmee je je kan affirmeren omdat de club de waarden en uitstraling heeft die je zelf nastreeft, dan blijft die community heel oppervlakkig. In media doen we min of meer hetzelfde : we proberen de waarden (of de aspiraties) van de doelgroep in onze inhoud te weerspiegelen en hopen door in bv. een editoriaal op te komen voor de belangen van onze doelgroep, de spreekbuis van die doelgroep te (kunnen) worden.

Maar misschien kan dat beter en moeten we allemaal een stukje 'social media' worden. Een sociaal netwerk als 'companion site' naast je medium (je medium heeft toch een facebook pagina, ja?), waar gebruikers elkaar kunnen vinden is al een stap in de goede richting. Maar lees toch een keer het artikel in HBR voor een hele reeks praktijk tips hoe een community te animeren en te organiseren. Een samenvatting vind je hier, helaas wordt er met geen woord gerept over het toch wel belangrijke gedeelte in verband met rollen die gebruikers in een community kunnen innemen, en die je dus dient te faciliteren.

Dat media bouwers vaak te krampachtig bezig zijn met de identiteit van hun doelgroep te spiegelen vindt ook Dylan Jones van mannenblad GQ in de Financial Times van vorig weekend.

I worked on newspapers for years, and whenever I thought of an idea or commissioned a story, I did so thinking it was interesting, not by worrying about how it was going to define our readers as individuals. The problem with a lot of men’s magazines is that they worry too much about who they’re addressing, when they should be worrying more about the quality of their content.

Succesvolle media zijn dus allereerst interessant, helpen hun gebruikers contact te leggen, en ja, weerspiegelen ook de (aspirationele) waarden en normen van hun gebuikers. In die volgorde. Dat Dylan Jones met enig succes in de in het Verenigd Koninkrijk zwaar geplaagde markt voor mannenbladen opereert, maakt de observatie alleen maar interessanter. (Lees ook: Shortlist magazine: van rebel tot marktleider en De Op- en neergang van mannenbladen )

Radio in Twee Wetten

In Het Laatste Nieuws van 18/3 plaatst Marnix Peeters (ooit nog zelf radiomaker onder de naam Hendrik Van Alva) kritische kanttekeningen bij de 'stunts' in ochtendshows op de radio, waarin personality een noodzakelijk onderscheidend element is (plaatje-praatje is onvoldoende, wet 2),want wie ochtend heeft, wint de dag (wet 1):

Een lijstje ter inspiratie uit de inventarisatie:

  • Peter Van de Veire (MNM) presenteerde deze week in een pot met 750 liter opgewarmde choco
  • Bunjeespringen in een Smart.
  • Tossers: Er wordt doodsimpel een muntstuk opgegooid. Kop: een gratis vakantie, Munt is: we komen met een legertank over je auto rijden.
  • In Boston zet WBCN elk jaar met Kerstmis honderd daklozen op een luxe-autocar, en laat ze een uur lang shoppen. I
  • 'Mongool Mike': een deelnemer moet een liedje zingen 'op een gehandicapte manier', luisteraars moeten raden welk nummer.

Dramatisch werd het als een vrouw omkomt wegens watervergiftiging bij 'Hold your wee for a Wii' - 'Hou je plas op voor een Wii-spelconsole'. Dat incident leidde tot de oprichting van de 'Foundation for Responsible Radio' .

Voornaammerken in media

Tilak (Broederlijk delen (B)) is nieuw in de een reeks tijdschriften onder een voornaammerk. Het zal ook niet de laatste zijn, want voornaammerken zijn een trend in media (hoewel niet alles een succes wordt, zie Jean-Marie)

Het succes is niet toevallig, schrijft de Merkplaats

Een voornaam als merknaam suggereert een zekere vertrouwdheid en nabijheid ...
En al bestaan de bladtitels Margriet, Marie Claire en Tina al langer, in de tijdschriftenbusiness verspreidt de voornaamtrend zich als een veenbrand. Het lijkt of de laatste twee jaar geen nieuw tijdschrift meer wordt gelanceerd dat níet als titel een voornaam heeft. De meeste titels refereren aan een bestaande persoon: Linda, Jackie (glossy vernoemd naar Jackie Onassis) ...

Op 5 september 2007 liet Wim Visterin in De Tijd (B) al een aantal deskundigen aan het woord

'Het individu is belangrijker dan ooit. Mensen schrijven hun eigen blog, engageren zich online in sociale netwerken en hebben dankzij het internet een wereldwijd bereik. Iedereen is een merk, iedereen kan een signaalfunctie hebben voor anderen', zegt Michèle Mees van het adviesbureau The House of Marketing .

Toch is er volgens haar meer aan de hand dan enkel de opmars van het individu. 'Bedrijven, en dus ook hun merken, staan onder druk om eerlijk en open te communiceren. Mensen vragen meer dan ooit een persoonlijke behandeling. Ze willen niet als een nummer behandeld worden. Het gebruik van een voornaam als merk helpt de afstand tot de klant te verkleinen.' Een sector waar in ons land het fenomeen erg voelbaar blijkt, is de bladenmarkt. Met titels als Milo of Nina lijkt het wel alsof elk nieuw tijdschrift een voornaam krijgt.

Links voor media bouwers: 2 maart 2009

  • Ondanks crisis blijven culinaire tijdschriften in de VS goed verkopen, in tegenstelling tot bv. celebrity magazines. De bladen zelf passen zich inhoudelijk ook aan : genieten blijft de boventoon voeren, maar met goedkopere of lokale ingrediënten. "Out with the truffels, in with the button mushrooms" schrijft de NY Times.
  • Mode magazines hebben succes met reality tv als middel tot marketing naar lezers en als kans om adverteerders te binden.
  • De puike prestatie van Scumbag Millioniares tijdens de Oscars is een droom voor wie (Engelstalige) koppen moet schrijven.
  • Altijd al een cover shoot van een tijdschrift willen mee maken ? Bekijk dan hier achter de shermen de fotoshoot met Lily Allen voor Q magazine.
  • In kwalitatief markt onderzoek naar media wordt soms met projectieve technieken gewerkt : als de media consument van krant x, tijdschrift y of zender z een café zou bezoeken, wat voor soort gelegenheid zou dat dan zijn ? Of wat voor hond heeft hij, met wat voor wagen rijdt hij ? In hetzelfde straatje worden hier - met een knipoog - de profielen voor typische lezers van The Guardian of The Daily Mail op de datingsites van de respectievelijke kranten beschreven.

Van Boshoeren en Bospoepers

"Bospoeper", een woord dat tweemaal gevallen is binnen één minuut van de immens populaire Vlaamse slagers serie "Van Vlees en Bloed". Een serie die vanavond mogelijk de grens van 2 miljoen kijkers doorbreekt (wat ongeveer 1 Vlaming op drie is).

Een woord dat tweemaal gevallen is, en nu al een eigen leven is gaan leiden. Je zal noch "bospoeper", noch "boshoer" in het woordenboek vinden. En sinds het op zich onschuldige verzoek van "twee kotelletten bestellen" in het collectieve geheugen gebrand werd als de inleiding tot buitenechtelijke gemeenschap tussen "bospoeper" en "boshoer", worden er effectief ook meer kotelletten besteld bij Vlaamse slagers, bezoeken meer mensen het bos in het Prinsenpark in Retie, boomt de verkoop van dogcams en duiken de meest pikante tv fragmenten overal op het internet op.


Wat is hier aan de hand ? "Van Vlees en Bloed" is uiteraard een vakkundig en boeiend gemaakte serie. Ze weet bijzonder herkenbaar het kleinstedelijke Vlaanderen, met zijn sociale controle, geremde communicatie en toch lichtjes materialistische inslag neer te zetten. Een Vlaanderen dat iedereen kent, als is het maar uit zijn jeugd. Die herkenbaarheid maakt dat de serie nauw aansluiting vindt bij de persoonlijke identiteit van de groep kijkers / van de doelgroep.

Maar er is er meer. Media bouwers zeggen vaak dat een krant, een tijdschrift, een tv programma een beetje "stout" moet zijn, hoe vaag die definitie van "stout" zijn dan ook is. "Bospoeper" heeft dat stoute.

Een wat betere onderbouwing hiervoor vind je in het boek Imagineering. De auteurs besteden een heel hoofdstuk aan hoe je aan media "charisma" geeft, aan hoe je even en heel doordacht net over de grens gaat, dat doet wat niet mag, maar wat de doelgroep wel graag doen zou. Charisma is ook dat ene ding dat de voorspelbaarheid breekt, zoals dat ene puistje op het verder perfecte lichaam van Miss Universe haar "echt" maakt. Laag na laag afpellen en toch nog steeds nieuwe dingen vinden.

Het zo louter goed mogelijk weerspiegelen van de identiteit van de doelgroep is belangrijk voor een medium, maar vaak blijf je daarmee in het koele, berekende en het analytische steken. Media met charisma hebben lijken heel veel op hun referentiegroep, maar hebben ook net dat ietsje , zijn (met mate) onvoorspelbaar en verrassend, gaan in uitspraken en handelingen net iets verder dan de lezer, kijker of luisteraar zelf zou doen, maar zonder te ver te gaan, zonder de harde confrontatie met de waarden van de doelgroep op te zoeken.

De grens is subtiel en dit is dus "media bouwen" voor gevorderden. Maar als je succesvol bent in het inbouwen van charisma in je medium, hou je hier twee voordelen aan over :

1. Je merk wordt geladen met erg sterke, positieve associaties. Veel media worden enkel geassocieerd met hun inhoudelijke ('instrumentele') kenmerken. Wat is het sterkste, een kabelkrant die mensen associëren met regionaal nieuws, of een kabelkrant waarvan mensen spontaan en met de glimlach zeggen "oh ja, straffe toebak"? (verwijzend naar de rubriek met buitenissige weetjes, om even een voorbeeld uit eigen huis te nemen). Op regionaal nieuws kan iedereen je aanvallen, op een sterke emotionele associatie is dat al veel moeilijker. Overigens lijkt het alsof het aantal van dit soort associaties per medium nooit meer dan een handvol kan bedragen. Bij onze krant Het Belang van Limburg heb ik zo één spontane & bijzonder sterke associatie zien groeien ("duizendpoot"), maar ook vele pogingen zien mislukken om rubrieken een naam te geven die boven het instrumentele uitsteeg.


2. Het versterkt het groepsgevoel (zie sociale integratie als motief tot mediagebruik) bij de mediaconsument, en maakt je mogelijk ook aantrekkelijker voor de volledige doelgroep. In de sociologie zie je dat bij subculturen vaak een eigen taal ontstaat. Dit is niet anders. Met "twee kotelleten bestellen" identificeer je je als kijker van de serie, bouw je een brug naar anderen, breng je anderen aan het lachen of een gesprek op gang...


Als media bouwer is het aan jou om dit proces op gang te brengen. Welk nieuw woord kan je verzinnen dat net dat beetje stout is, maar ook ondubbelzinnig jouw medium karakteriseert ? Als dat woord er vandaag niet is, zorg dan dat het in de volgende uitzending, het volgende nummer zit.

En niet alles zal even viraal werken als de "bospoeper". Maar dan heb je nog steeds je medium om je catchphrase te lanceren. Radio stations doen dat vaak meesterlijk. Wie kent "the phrase that pays" nog ? Bij HitFM Noordzee sloten we een jaar of vijftien terug elke wedstrijd af met "Wie geeft de meeste prijzen op de snelste wijze?", waarop de deelnemer "HitFM" riep en een jingle volgde. Eenvoudig, maar enorm conditionerend. Als die luisteraar de week daarop zijn dagboekje invulde (dagboekjes hebben in marktonderzoek de minder positieve reputatie dat ze te veel vragen van het geheugen van de respondent), dan weet ik wel welk radiostation hij of zij invult...

VERWANT: lees meer over ankerpunten in media en associaties bij media

UPDATE 6/2: Bezoekcijfers blog verdubbelen dankzij het verkeer dat Google aanbrengt op het woord 'bospoeper'. Oneigenlijk verkeer vrees ik, want het filmpje dat jullie allemaal zoeken staat elders, kijk bijvoorbeeld eens hier.

UPDATE 7/2: Vandaag in De Standaard, de avond dat iedereen voor tv zat met UA Professor Hilde Van den Bulck die op het belang van het media motief 'sociale integratie' benadrukt

De hype-factor speelt hierin een rol. Acht mensen zitten in de trein, zeven praten over De slimste mens. Dan wil die achtste het volgende keer ook gezien hebben ... Ook internettoepassingen zoals Facebook doen er iets aan. Termen als “de bospoeper, komen minuten na uitzending al op Facebook.'

Ook Herman Konings van Nxt detecteert 'charisma' in de serie

We hebben steeds minder vrije tijd, en die spenderen we het liefst in ons eigen huis. De toog werd vervangen door het televisietoestel. ... Konings ziet een rode draad bij de best scorende programma's. 'Het is een vorm van toogpraat, gecombineerd met diepgang. De slimste mens is een behoorlijk moeilijke quiz, doorspekt met tooggrappen. Van vlees en bloed zit vol seksuele toespelingen en woorden, maar is tegelijk een reeks met dat tikkeltje extra.'

Van Alveringem tot Zutendaal

Om het nog even over "Limburger en Wereldburger" te hebben: deze baseline werd in 1991 gelanceerd als "Van Limburger tot wereldburger" met een affichagecampagne die de positionering hard maakte door de "van ... tot ..." formule met een lokaal en een internationaal gegeven in te vullen.

  • "Van de jonagold tot de big apple"
  • "Van Willy in Hasselt tot Billy in Washington" (Claes/Clinton)
  • ...enz
Dat idee is opnieuw opgevist door Nieuwsblad.be voor de regionale pagina's op haar website met de campagne "Van Alveringem tot Zutendaal"(Boomerang postkaarten). Voor de Gentenaar loopt er een variant "Van de Leie tot de Schelde"


Maak van je medium een held

"Maak van je merk een held" is het nieuwe boek van Guillaume Van der Stichelen, de creatieve helft van duvalguillaume.

Om een held te worden (uit het besluit van het boek)

  • moet je over uitzonderlijke kwaliteiten beschikken
  • een sterk verhaal weven rond die kwaliteiten
  • moet er een eerste verteller zijn, moet iemand trots genoeg zijn om over jou te vertellen
  • moet het verhaal maatschappelijk belangrijk zijn
  • moet je een sterke naam hebben (Guillaume denkt een stuk van zijn succes te danken te hebben aan zijn in Vlaanderen eerder ongewone naam)
  • moet je een sterk uiterlijk hebben (bv. logo)
  • en de juiste wervende en inspirerende woorden vinden
Media zijn vaak sterke merken en dus geeft Guillaume ook een reeks voorbeelden waarin media heldenstatus bereiken (VTM, Q-music, Telenet ...) .

De vele voorbeelden en checklists dwingen je in ieder geval om na te denken over "Wat zijn onze kwaliteiten, wat is ons verhaal?" Om een voorbeeld uit eigen huis te geven : in 1892 begon Nicolaas Theelen met een krant om de belangen van de Limburgers in Brussel te verdedigen. Meer dan 125 jaar later is dat nog steeds de uitzonderlijke kwaliteit van de krant Het Belang van Limburg en zijn er tientallen straffe verhalen om dat te illustereren. En zoals Guillaume naar het einde van boek schrijft : Helden kunnen veranderen. Als je een mediabedrijf bent en je project is "alle mensen zo snel mogelijk confronteren met het wereldgebeuren", dan past je activiteit zich aan aan de actualiteit (van roepen op een plein, over het drukken van een krant, naar tv en internet), maar je strijd blijft dezelfde.

Weten de mensen voor welk belang jouw medium strijdt ? Bij Het Belang van Limburg bestaat daar geen twijfel over. Helaas is het moeilijker om dat voor een andere titel uit de groep (Gazet van Antwerpen) te doen, ondanks het feit dat DuvalGuillaume ons reclamebureau is ... Hoewel ik zelf wel een paar ideeën heb.

Mercur 'tijdschrift van het jaar' voor Libelle (NL)

Libelle (NL) is gisteren op het tijdschriftengala uitgeroepen tot 'tijdschrift van het jaar'. Het blad is er in geslaagd om een nieuwe doelgroep aan te spreken, zonder de oude te verliezen. Op die manier werd de uitstroom aan lezers en abonnees tot staan gebracht. Libelle werd dikker (+40 pagina's), kreeg een nieuwe vormgeving (semi-glossy), werd multimediaal uitgebouwd, maar wist tegelijkertijd het vertrouwde 'Libelle' gevoel (=identiteit) te behouden.

Bij de lanceringen (+108 in 2008, tegen 95 titels die er het loodje bij legden) won "Oog", een glossy over Kunst en Nederlandse geschiedenis, gemaakt door het Rijksmuseum. Toegankelijk, maar ook met liefde en aandacht gemaakt. Oog kreeg veel aandacht bij de lancering omdat bekende Nederlanders hun favoriete stuk uit de collectie van het Rijksmuseum kwamen voorstellen.

Bij de marketingacties voor tijdschirften won Quote 500, waar de formule van "500 rijkste Nederlanders" tot op het niveau van elke gemeente uitgebouwd werd. Die lokale dimensie zorgde voor een flinke meerverkoop.

Lees het uitgebreide juryrapport en bekijk winnaars en genomineerden hier.

Mediamerken, sterke merken (B)

Het Vlerick Brand Management Centre presenteerde woensdag zijn 4de onderzoek naar merkpersoonlijkheid (n=10.000). Merken worden getoetst aan 24 persoonlijkheidsaspecten, die d.m.v. factoranalyse teruggebracht worden tot 5 persoonlijkheidsdimensies, nl. levendig, een gevestigde waarde, agressief, eenvoudig en emotioneel. In totaal werden 174 merken in 15 verschillende productcategorieën onderzocht.

Mediamerken hebben een duidelijk een sterk profiel . De Tijd (vorig jaar nog nummer 8) is dit jaar de meest gevestigde waarde, gevolgd door Radio 1 en Canvas. Daarmee keert De Tijd terug naar de top in "standvastigheid", bij eerdere edities (bv. 2006) haalde de krant nog een top 2 notering. Daarmee wordt de top 3 onder "standvastig" volledig door mediamerken gedomineerd. Pas later treffen we merken als Mercedes en Volvo aan. De top 10 "standvastig" is overigens tamelijk "standvastig" over de tijd :-)

Van alle onderzochte merken is Q-Music het meest levendige merk, op de voet gevolgd door Studio Brussel. Pas op drie vinden we het eerste niet-media merk, nl/ BMW. In 2006 moest Q nog Humo, Stubru en Ikea laten voorgaan.

Binnen de persoonlijkheidsdimensie agressief/brutaal zien we conform vorige edities van het onderzoek enkele automerken aan de top staan: Porsche, gevolgd door Alfa Romeo en BMW. Media merken in de "brutale top 10" zijn TF1, VT4, La Dernière Heure, MTV, en Humo.

Bij "innovatieve" merken, staat Q music op twee, en Stubru op drie. Bij "eenvoudige" merken, leidt Metro voor Femmes d'aujourd'hui (de Franstalige Libelle). Verder in de top "eenvoudige" merken vinden we nog Het Laatste Nieuws.

Het persbericht vertelt helaas niets over de scores op de dimensie "emotioneel". In het verleden (2006) werd ook deze dimensie sterk gedomineerd door de media (Top 10: Radio Nostalgie, Vijf TV, TF1, Flair, Vitaya, Dove, Côte d’Or, Femmes d’Aujourd’hui, Klara, Libelle). En progressiviteit wordt vermoedelijk nog steeds aan Stubru en Humo toegeschreven.

For the record, media behoren (dankzij de ruilakkoorden tussen de verschillende mediabedrijven) niet toevallig ook de grootste merkadveerterders. In de Top 20 kom je niet alleen de grote fastmovers tegen, maar ook bedrijven als De Persgroep, Corelio ... Toch gaat het niet alleen om bruto mediadruk (grp's). De sterkste merken zijn vaak ook de merken die marktleider zijn in hun categorie, en dat word je enkel door het hart van je doelgroep te raken.

Trefwoorden: branding, positionering, profilering, marketing

Voor niets gaat de zon op: marketing campagne The Sun

Europese kranten uitgevers hebben twee opties nu tegelijkertijd de reclame inkomsten én de inkomsten uit de verkoop van kranten onder druk staan: ofwel verhoog je de verkoopprijs op de lezersmarkt om de teruglopende advertentie inkomsten te compenseren (een 'differentiatie' strategie die vooral kwaliteitskranten goed afgaat), ofwel maak je de krant goedkoper (of zelfs gratis) en zet je in op massa en bereik. (De strategie van een kostenleider. Lees ook 'newspaper industry outlook 2009')

De Britse tabloïd The Sun heeft duidelijk voor de laatste strategie gekozen, en heeft er een mediacampagne van 1.25 miljoen GBP (print, affichage, tv) voor over om een prijsverlaging naar 30p te communiceren.

De campagne is geniaal in zijn eenvoud en koppelt de inhoudelijke 'rijkdom' van de krant aan het prijsaspect. Die inhoudelijke veelzijdigheid wordt in print gecommuniceerd aan de hand van een lang kassa ticket en in de tv spot met een zich steeds verder ontplooiende krant. De confrontatie tussen het lange kassaticket en de geafficheerde prijs in de print advertentie en de handeling van het kopen (kleingeld!) in de tv spot illustreren krachtig de lage prijzen positionering.

Deze marketing campagne omvat ook sterke elementen in branding: in de tv spot wordt een heel spectrum van (aanvaardbaar) mogelijke Sun lezers ten tonele gevoerd. In de print advertentie worden op het kassa ticket niet enkel de puur instrumentele inhoudselementen vermeld ("puzzles", "latest news" "scoops on soaps"...), maar ook datgene waar de krant t.o.v. haar lezers beloofd voor te staan ("what matters to you", "no to knives", "broken britain", "education for all"). De campagne is in concrete termen geformuleerd (weinig of geen humor, abstracties of ironie) en materialistisch georiënteerd (wat een afwijzende reactie van de bovenklasse zal uitlokken) en weinig aspirationeel (wat een afwijzende reactie van de middenklasse zal uitlokken), maar kan wel resoneren in het hart van de doelgroep van The Sun.

Bekijk de tv spot hier.

De poster/print advertentie met het kassa ticket (klik op de afbeelding om te vergroten):

Nostalgie: all summer long

In mei gokte Erwin Deckers er nog op dat het nummer "No stress" van Laurent Wolfe de zomerhit van 2008 zo worden. "No stress" is een behoorlijke hit geworden, maar nog veel meer hebben we deze zomer meegezongen met "This is the life" van Amy MacDonald.

"Singing ... all summer long" brengt ons bij die andere zomerhit: Kid Rock. Net daar laat de Vlaamse radio Nostalgie volgens mij een kans liggen. Het nummer - met samples van Lynyrd Skynyrds Sweet Home Alabama en Warren Zevons Werewolves of London - sluit zowel qua stijl als thema perfect aan bij de positionering van het radiostation. Maar dan moet je als radiostation wel "eigenaar" van dat nummer zien te worden (het nummer claimen), het zover zien te brengen dat luisteraars alleen al bij het horen van de intro aan jouw radiostation denken.

Zover is Nostalgie nog lang niet. Integendeel, concurrenten Q, 4FM en Radio 2 trekken het nummer even hard naar zich toe.

Een paar ideeën over hoe Nostalgie dit nummer had kunnen claimen:
- een veel hogere rotatie (en idem voor de basissamples, want bij de concurrenten amper gebeurt)
- verwerking in on-air autopromotie (wat je de mogelijkheid geeft een hogere frequentie van je claim te leggen, zonder het nummer te verbranden)
- knipjes of hitmixen met zomerhits, waarbij je in "Singing Sweet Home Alabama All summer long" de Sweet Home Alabama door een ander sample vervangt
- Medewerkers, luisteraars, BV's spreken liners (op ritme?) in van het type "in dehete zomer van 91 zong ik de hele zomer lang mee met Crystal Waters, Gypsy Woman, Ladadi".
- acties, wedstrijden e.d met luisteraars rond het thema vakantielief (Wat - dacht ik - Q wel gedaan heeft )
- ... (en zo kun je nog wel even doorgaan)

Deze suggesties zijn snel en goedkoop te implementeren, en hadden Nostalgie sterker als het echte en actuele "all summer long radiostation" kunnen vermarkten, als de paar zomerjingles en de klassieke zomerhits die je overal hoort, dat vandaag doen.

UPDATE 27/8: Edison Media Research, een research en consultancy bedrijf gespecialiseerd in de sectoren radio en politiek roept All Summer Long nipt niet tot zomerhit van 2008 uit.

Taglines voor media (2): inspiratie

Media worden steeds meer merken die via verschillende kanalen hun mediaconsumenten bereiken. En als een merk een belofte is (zie ook branding) , dan wordt de essentie van die belofte, dus dat waar je voor staat (m.a.w. je positionering), samengevat in de payoff of tagline. Soms is het makkelijker en overtuigender om te vertellen wat je niet bent. Bij Amerikaanse media vinden we hier vaak fraaie voorbeelden van. Zo afficheerde een radiostation haar "alternatieve" positie met "more music from less dead guys", terwijl een soft rock station "rock without the hard edges" claimde.

Vandaag doet reclame vakblad AdAge de suggestie om inspiratie op te doen bij de meeste overtuigde haters van je medium of programma. Zo wordt de tiener soap "gossip girl" vandaag in de VS in de markt gezet met - ik zie het ouders al zeggen - "mind-blowingly unappropriate"

Lees ook Taglines die media positioneren, of juist niet

VERWANT 28/7: Duitse TV zenders moeten over betere taglines beschikken dan hun Oostenrijkse tegenhangers, want in Oostenrijks onderzoek blijken de slogans van Duitse TV zenders het best te scoren.

De beste marketing acties om losse nummers van tijdschriften te verkopen

De best werkende marketingacties om de verkoop van losse nummers van tijdschriften aan te zwengelen, bij Rob van Vuure. Waar Rob van Vuure naar het verleden kijkt, verlegt Grazia (NL) de grenzen. Het blad geeft nieuwe abonnees als werfpremie een gratis brazilian-wax-beurt . (via Communicatienieuws). Nog meer ideeën om de losse verkoop van tijdschriften aan te zwengelen vind je in deze eerdere post met marketing links voor 17 juni, met tassen, fitflops en zonnebrillen als voorbeelden van media marketing premiums voor een magazine of kranten campagne.

Redesign Sunday Times (UK)

Ook de Sunday Times verschijnt nu in full colour en onderging een hele trits wijzigingen. De krant kregen een nieuwe, erg zware uitgevoerde masthead (logo) en nieuwe lettertypes (Sunday Times Modern, Greta, Flama) Bekijk de pagina's na restyling bij innovations in newspapers en lees de kritische kanttekeningen bij The Guardian. De nieuwe layout valt samen met een marketing campagne, (3 mio GBP) met als payoff slogan "For all you are", een (h)erkenning van de lezer als meer-dimensionale mens, met een hele trits interesses en passies. Misschien moet juist een rubriek als "Little Britain" waarin lezers de pijn en pret van het dagelijkse leven in het VK kwijt kunnen, wel voor die herkenbaarheid zorgen :-)

Met "For all yoy are" neemt de krant afscheid van de vroegere tagline of strapline "The Sunday Times is the sunday paper". De nieuwe positionering sluit beter aan bij de expressieve functie van media ("sociale integratie"), maar blijft een holle slogan zolang het medium niet met "bewijs" komt. Meer aandacht voor branding betekent ook dat het aantal pure sales promoties teruggeschroefd wordt. Vraag is in welke mate The Sunday Times dit vol kan houden in de erg concurrentiële Engelse krantenmarkt. Branding en sales promotions grijpen immers op verschillende momenten van de "levenscyclus" van de krantenlezer in.

UPDATE 8/7: Mario Garcia buigt zich over de nieuwe layout en geeft meer informatie over de gebruikte lettertypes in de krant. Op dezelfde plaats vind je ook een gesprek met Al Trivino, de verantwoordelijke designer.

Marketing links voor 17 juni 2008

Media Brand Review:links voor 2 juni 2008