Posts tonen met het label mediamanagement. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mediamanagement. Alle posts tonen

MEC community Oriented Media Conference

Gisteren naar dit interessante congres geweest (in organisatie van het Media Expertise Centrum van de Katholieke Hogeschool Mechelen, @ Lamot, Mechelen). Boeiende inhoud, leuke contacten tijdens de pauzes ...

Enkele quotes:

De redacteur/journalist van de toekomst moet evolueren van "leraar" naar "gids" ... Dat is niet hetzelfde als je platform overleveren aan de massa ... Leiders inspireren, zetten voorbeelden, gidsen... Er zal altijd iemand leiden, soms iemand uit de eigen organisatie, soms iemand daarbuiten ... Als mediabedrijf moet je naar buiten kijken, je community ondersteunen met tools en vooral niet vergeten dat het om mensen gaat, waar je ze ook vindt, niet om kanalen

Gregorz Piechota


The future is local, people, quality
Jan Servaes


De verwachtingen naar het publiek (UGC) zijn hoog gespannen. Maar burgerjournalist is een eenzaam beroep, zonder veel bescherming... Dat werkt dus niet, behalve in uitzonderlijke gevallen... Je moet je publiek aanspreken op dingen die ze wel kunnen ... Laat ze andere dingen doen, maar je als uitgever ook veel mee kan doen

Piet Bakker


Marketeers and mediaexperts should try to blend the new the new with the old, because people do so too

Jeroen Overstijns (Sanoma)


Kennis (en beleving) worden veel meer gewaardeerd dan journalistiek vakmanschap...die vergevingsgezindheid geldt waarschijnlijk ook voor algemene media

Alex Beishuizen (Intermediair) over de 1100 burger 'experts' bij computable


Meer lezen ? Bekijk dan deze tweets

Media Bouwers: Aimé Van Hecke, Christophe Glorieux, Marian Kin

Recent hadden we bij Concentra een aantal inspirerende media makers op bezoek. Op 29 april waren we gastheer voor een Mediaknow evenement van Medianet Vlaanderen, met Aimé Van Hecke van Sanoma als gastspreker.

Een goed verhaal verkoopt altijd, wat ook het platform is. En dat zal zo blijven ... Succesvolle magazines zijn de illustratie van de hechte band tussen lezers en redactie, van een bijna ambachtelijke vermogen om lezers te grijpen. Magazines geven inspiratie, energie en zetten aan tot conversatie en actie. Ze geven een gevoel van identiteit en weten lezers aan te spreken in hun dagdagelijkse leven.


Van Hecke gelooft in platformspecificiteit en complementariteit tussen de mediavormen, niet in het één keer aanmaken en daarna over meerdere platformen verspreiden van content. Hij gaf zijn visie over wat kranten moeten gaan doen (missie herdefiniëren), had het tablets, over de internet plannen van Sanoma (misschien komt er al snel een startpagina.be) en over de speciale creatieve projecten tbv adverteerders die de advertentie afdeling uitwerkt. Want :

...er is geen schaarste meer. De verloren inkomsten komen nooit meer terug...


Twee dagen eerder hadden we Christophe Glorieux en Marian Kin van Vacature op bezoek. Twee gepassioneerde media makers die de lat telkens opnieuw hoger (moeten) leggen, want als je een premium (advertentie) product maakt, dan moet je dat ook waar(d) maken naar je lezers en adverteerders. Met haar redactieformule wil Vacature niet alleen ambitie uitstralen, ook de eigen redactie is ambitieus : aan heel wat reeksen gaan maanden van voorbereiding en onderzoek vooraf. Tegelijkertijd wil Vacature ook confronterend en engagerend zijn, door nieuws te maken en stelling in te nemen. Marian ging in detail in op de werking van de redactie van het magazine en de website, deelde interessant onderzoek, onthulde hoe en waar Vacature nieuws raapt en hoe het zijn netwerk zo kan uitbouwen, dat het telkens interessante gasten heeft, buiten het traditionele circuit dat tot vervelens toe in de traditionele media opgevoerd wordt. De vele journalistieke prijzen die Vacature al in wacht mocht slepen, bewijzen dat de strategie werkt.

VERWANT: o.a. Jean Paul Schupp twitterde van op MediaKnow 29 april 2010 en zette volgende beelden met de toekomstvoorspellingen van Aimé Van Hecke op het net (klik op de thumbnails voor de orginele opnames)

De voorspellingen van Aime VH #medianetvl on Twitpic

Deel 2 #medianetvl on Twitpic

Deel 3 tx Aime VH #medianetvl on Twitpic

Nabijheid en Media

Om nog even verder te borduren op het thema "nabijheid" van donderdag, deze - bijna twintig jaar - oude slide van de Amerikaanse uitgever Gannett.



Gannet realiseerde zich toen al dat relevantie in belangrijke mate bepaald wordt door persoonlijke interesses.

De 'Daily Me' waarvan we allemaal dromen, heeft misschien minder te maken met onderwerpen, en meer met met het 'me', en de vele schillen daarrond.

Bij 'personalisatie' denken we vaak meteen aan rubrieken, omdat we als 'producent' van nieuws, ook in rubrieken ('buitenland', 'economie', 'sport', ...) georganiseerd zijn. Eén van de verraderlijkste dingen die je in onderzoek kan doen is mensen in hun mediagedrag bevragen naar rubrieken. Want doorgaans hebben die resultaten weinig verband met het leesgedrag van individuele stukken.

Die 'Daily Me', als bode van mij en mijn omgeving is zich aan het realiseren. Die binnenste schillen, dat zijn vandaag je berichtenfeeds in Facebook. (LEES OOK: tussenstap naar de Daily Me). En naarmate mensen meer 'algemeen nieuws' delen via Facebook en social networking sites, raken ook steeds meer verderliggende schillen in je 'wall' geïntegreerd.

Als 'traditionele media' is het juist onze uitdaging om dat proces om te keren. Toen The Huffington Post het aanmeldingssysteem van Facebook implementeerde (Facebook Connect), ging alle aandacht naar hoe content van The Huffington Post op Facebook hergebruikt kon worden. Veel minder aandacht ging er naar de stroom in de omgekeerde richting : een gebruiker die inlogt op The Huffington Post met zijn Facebook login, kan van op de Post berichten van zijn vrienden volgen. Weliswaar zit die feed wat in een hoekje gedrumd, maar het kan.
Wat je doet dromen van een meer naadloze integratie in de content van mediabedrijven, iets waar de gepersonaliseerde babykrant waar ik het donderdag over had, eigenlijk een mooi prototype van zou kunnen zijn.

Een 'Daily Me' zal dus

  • 'social' zijn
  • een vorm van aggregatie zijn, maar rekening houden met mijn vroeger lees- en zoekgedrag (living stories, collaborative filtering, timeless news, behavioural targetting)
  • nieuws bevatten dat én onverwacht, én impact voor mij heeft én nabij is.
De eerste twee punten zijn werk voor computeralgortimes, het laatste is mensenwerk, is redactiewerk. De lat is alleen net weer iets hoger komen te liggen.

De 'sociale dimensie' zal overigens een steeds belangrijker rol gaan spelen, ook voor search en aggregatoren. Dus is het niet zo verbazingwekkend dat Google ook hier in pole position speelt.

Zakenmodellen voor media: de ontbrekende schakel

Mensen stemmen met hun voeten, daar gaat het in deze post over. Of toch in het tweede gedeelte, want ik heb een korte inleiding nodig om te komen waar ik wil. Stay tuned.

Het blognetwerk rond Harvard Business Review had vorige week een interessante bijdrage over zakenmodellen.

Mark W. Johnson onderscheidt deze 3 elementen in een zakenmodel :

  • verdienmodel
  • kostenstructuur en waardeketen
  • waardepropositie voor de klant
De discussie over de toekomst van media spitste zich de afgelopen maanden vooral toe op het eerste element, het vinden van een nieuw verdienmodel - als dat al bestaat - dat de bestaande organisaties in leven kan houden. Hier en daar wordt het tweede element al eens in vraag gesteld, maar de bereidheid om daarover te spreken is al veel kleiner.

Waar zelden of nooit over gesproken wordt is het derde element: de waardepropositie voor de klant, of waarom zou iemand in hemelsnaam zijn tijd of geld aan ons besteden? Daar zijn modellen voor (uses and gratifications om er maar eentje te noemen) , en het wordt wel de hoogste tijd om die ter harte te gaan nemen.

Als bioscoopgangers na het bekijken van Avatar depressief worden (tot op het suicidale af), omdat ze terugverlangen naar de onderdompeling in de schoonheid van de wereld van Pandora, dan is dat een mooi voorbeeld van entertainment / mood management.

Maar hoe zit het met al die andere media uitingen ? Wat doen we om de tijd of het geld van de mediaconsument, waarvan we als mediamakers vaak vinden er 'recht op te hebben', te verdienen?

De discussies over of we nu de mensen 'moeten geven wat ze willen', dreigen theoretisch te worden, want mediaconsumenten 'stemmen met hun voeten'. Deze studie in 6 landen (en 'the age of affirmation' gaat er wat dieper op in) toont aan dat mensen naar het nieuws kijken dat hun ideeën bevestigt, veel meer dan dat ze informatie opzoeken die hen hun ideeën doet bijstellen. Helemaal zoals uses & gratifications het voorspelt. (persoonlijke identiteit). Die vaststelling brengt ons bij een heel interessante discussie in GOOD Magazine over wat nu de aard van kwaliteitsberichtgeving is ("Kunnen we kwaliteitsnieuws aan de markt overlaten?"). Hoewel ook hier de discussie zich terugplooit op een discussie over de aanbodzijde, en de vraagzijde als passief en onbekwaam gekenmerkt wordt. Maar dat is nu juist de essentie van de disruptie die zich momenteel in de media voordoet : de mediaconsument heeft nog zoveel vrijheid en mogelijkheden gehad als vandaag en heeft zich nog nooit zo actief opgesteld. Ga dus een (heel) eind mee met je lezers, luisteraars, surfers en kijkers. En je mag best wat meer vertrouwen in je publiek hebben : iedereen is uiteindelijk ook zoek naar een betere wereld, we verschillen alleen in de manier waarop we die willen bereiken. Maar als dat uitgangspunt, die betere wereld, herkenbaar is, dan staan mensen voor veel open. Sta je niet open voor je doelgroep ? Ga dan verder op eigen risico, want mensen stemmen met hun voeten.

Mensen stemmen met hun voeten, ook in dit onderzoek over jongeren en nieuwsmediabetrokkenheid. Het rapport, dat hier af te laden is, beschrijft de graasgeneratie. Het is mooi dat jongeren de krant diepgang toeschrijven, nood zeggen te hebben aan duiding en achtergrond, maar als ze niet (bereid zijn tot) kopen of lezen, dan zijn dat prachtige, maar betekenisloze attitudes. Mensen stemmen met hun voeten, en als ze noch hun tijd, noch hun geld voor je over hebben, dan hoor je niet af te doen als een 'jammer maar onvermijdelijk' feit, maar hoor je juist iets aan je klanten waardepropositie te doen. Maak de dingen onderhoudender, een weerspiegeling van identiteit en sociale referentiegroepen van je doelgroep. Want anders heeft nadenken over een nieuw verdien- en kostenmodel eigenlijk weinig of geen zin.

Een lang verhaal kort maken: informatiedichtheid (opnieuw)

Michael Kinsley stelt deze maand in The Atlantic Monthly met Cut This Story! dat krantenartikelen te lang te zijn. Een onderwerp dat de afgelopen dagen nogal wat weerklank heeft gevonden, o.a. bij The Guardian en bij De Nieuwe Reporter.

Ook op deze pagina's kwam dat thema al eerder aan bod: Teksten in het kort, lang of breed, en Informatiedichtheid in kranten.

Voor de kleine geschiedenis : toen we 10 jaar geleden met Metro begonnen, geloofden nogal wat mensen dat Metro weinig of geen lezers zou trekken, want "er stond niets te lezen in". De geschiedenis heeft geleerd dat mensen houden van korte stukken (of correcter gesteld : makkelijker beginnen aan korte stukken). Ik ben dan ook een hele tijd een vurige pleitbezorger geweest van "meer kort in de krant".

Dat is ondertussen een beetje genuanceerd in de zin dat ik geloof dat er voor elk onderwerp een "optimale informatiedichtheid" is (en dat lees je ook in de desbetreffende blogpost).

Zoals Sperber en Wilson het omschrijven : de context is belangrijk, maar ook de energie die media consumenten willen investeren in het decoderen van informatie wordt afgemeten aan de verwachte winst. De kunst van het maken van boeiende media is dus het juist doseren van informatie. Bevat je tekst te weinig relevante informatie, dan wordt de inspanning om hem te decoderen te hoog t.o.v. de mogelijke opbrengst. Bevat je tekst te veel informatie, haken mensen ook af, omdat de inspanning zelf te hoog en een drempel vormt.

Jammer genoeg hebben we niet echt een test om de optimale informatiedichtheid voor een bepaalde doelgroep te bepalen. We hebben zo'n test bijvoorbeeld wel voor het bepalen van de moeilijkheidsgraad van een tekst. De Flesh-Douma formules trachten de moeilijkheidsgraad van een tekst af te leiden uit de gemiddelde woord- en zinslengte van teksten, en geven een kader ifv verschillende opleidingsniveaus. Wat dan opvalt is dat sommige stukken in populaire dagbladen (vooral over politiek) vaak 'moeilijker' geschreven zijn, dan stukken in de kwaliteitspers. En dat zie je niet alleen in Vlaanderen. 'De Pers' in Nederland heeft in functie van dit criterium ook vaak heel fraai geschreven stukken.

Wat zouden zoal criteria kunnen zijn, om een optimale informatie dichtheid te bepalen:

  • één idee, één leidend personage of instelling per paragraaf?
  • maximum één set van wie-wat-waarom-wanneer-hoe per paragraaf?
  • de essentie (wie, wat, waarom, wanneer en hoe) teruggebracht tot haar elementaire vorm, neemt de helft tot twee derde van de ruimte van de paragraaf in ?
  • uitweiden gebeurt enkel in functie van de dialoog met lezers?
...

Ideeën of suggesties ?

UPDATE 25/01: 'Common Sense Journalism' blogger Doug Fisher telde in dit stuk bij de New York Times een zin met niet minder dan 97 woorden :-)

Operatie Blink

Hoe verhoog je het aantal nieuwe abonnees, verklein je het aantal opzeggers en verjong je ook nog eens het lezersprofiel van bladen als Libelle en Margriet?

Libelle (NL) slaagde daarin - geholpen door een extra jaarlijkse investering van €2mio - dankzij project 'Blink'

Hoofdredacteur Franska Stuy noemt Libelle in Trouw (NL) het massablad voor 'normale vrouwen' met 'normale waarden en normen'. Geen keurslijf, (en dus ook geen ijklezer), wel gezelligheid. 'Mee met de tijdsgeest', zegt Stuy, 'We moesten vooral niet voorop lopen', zei een vroegere hoofdredacteur.

Libelle dankt haar succes aan 'echtheid' zegt Stuy in 'Identity Matters' : "oprecht zijn, begrip hebben en medeleven." Bij Libelle worden daarbij dezelfde problemen en dingen behandeld als andere vrouwen in Nederland die meemaken. Om toch anders te zijn dan andere bladen zet Libelle daarbij in op een heel goede inhoud en vernieuwde vormen. Dat betekent niet alleen vernieuwing van de artdirection, fotografie en vormgeving, ook inhoudelijk wordt geprobeerd steeds sterkere onderwerpen neer te zetten. Er is zelfs een online redactiesoap.

Naast de restyling werd ondermeer het papier dikker & witter, het tijdschrift kreeg meer pagina's (+24) en ook de cover werd zwaarder uitgevoerd, er kwamen imago campagnes en ook de website werd flink uitgebreid

Was de gemiddelde lezer in 2005 nog 47 jaar oud, in 2008 was dat nog maar 43.
De waardering ging van 7.4 op 10 naar 7.8
Ondanks die investering, verbeterde ook het rendement : de verkoopprijs van het blad werd gevoelig verhoogd, de advertentie inkomsten stegen met +14% over 2008 (wat heel erg goed is, de kredietcrisis maakte eind '08 al de eerste slachtoffers, en de reclame inkomsten van magazines lopen overal in de wereld structureel achteruit)

Kijk voor detailgegevens over profiel, opzeggers, instroom, top of mind bekendheid en unieke bezoekers van de website naar deze presentatie die vorig jaar tijdens de Media Parade bij Sanoma Nederland gegeven werd.

Stop een held in je medium

Een van de makkelijkste manieren om van je medium een held te maken is misschien wel om het vol helden te stoppen. Mensen die in de ogen van je doelgroep uitzonderlijke kwaliteiten hebben, waarond jij als eerste verteller een verhaal weeft, een verhaal dat belangrijk is voor de doelgroep, gewoon omdat de aspiraties van iedereen in de doelgroep vertolkt.

Om opnieuw even Het Belang van Limburg te nemen, de wereldburger in "Limburger en Wereldburger" vertolkt het aspirationele van een provincie die jarenlang heeft moeten opboksen tegen spot en een gevoel van achterstelling. Dat gevoel is heel complex, want statistisch bekeken blijven Limburgers in verhouding ook dichter bij hun geboorteplaats wonen en stromen ze minder door in hoger onderwijs. Een Limburger die het maakt in de buitenwereld (en het moet niet noodzakelijk Kim Clijsters zijn) is dan ook meteen een held. Tel de helden maar eens in de weekend krant van Het Belang van Limburg.Link
Neem een succesvol medium (vertrekkend van de celebrity pers tot Vacature) en tel de helden. Overtuigd ? Begin dan zelf te tellen : telt jouw krant, magazine, jouw website voldoende helden?

Maak van je medium een held

"Maak van je merk een held" is het nieuwe boek van Guillaume Van der Stichelen, de creatieve helft van duvalguillaume.

Om een held te worden (uit het besluit van het boek)

  • moet je over uitzonderlijke kwaliteiten beschikken
  • een sterk verhaal weven rond die kwaliteiten
  • moet er een eerste verteller zijn, moet iemand trots genoeg zijn om over jou te vertellen
  • moet het verhaal maatschappelijk belangrijk zijn
  • moet je een sterke naam hebben (Guillaume denkt een stuk van zijn succes te danken te hebben aan zijn in Vlaanderen eerder ongewone naam)
  • moet je een sterk uiterlijk hebben (bv. logo)
  • en de juiste wervende en inspirerende woorden vinden
Media zijn vaak sterke merken en dus geeft Guillaume ook een reeks voorbeelden waarin media heldenstatus bereiken (VTM, Q-music, Telenet ...) .

De vele voorbeelden en checklists dwingen je in ieder geval om na te denken over "Wat zijn onze kwaliteiten, wat is ons verhaal?" Om een voorbeeld uit eigen huis te geven : in 1892 begon Nicolaas Theelen met een krant om de belangen van de Limburgers in Brussel te verdedigen. Meer dan 125 jaar later is dat nog steeds de uitzonderlijke kwaliteit van de krant Het Belang van Limburg en zijn er tientallen straffe verhalen om dat te illustereren. En zoals Guillaume naar het einde van boek schrijft : Helden kunnen veranderen. Als je een mediabedrijf bent en je project is "alle mensen zo snel mogelijk confronteren met het wereldgebeuren", dan past je activiteit zich aan aan de actualiteit (van roepen op een plein, over het drukken van een krant, naar tv en internet), maar je strijd blijft dezelfde.

Weten de mensen voor welk belang jouw medium strijdt ? Bij Het Belang van Limburg bestaat daar geen twijfel over. Helaas is het moeilijker om dat voor een andere titel uit de groep (Gazet van Antwerpen) te doen, ondanks het feit dat DuvalGuillaume ons reclamebureau is ... Hoewel ik zelf wel een paar ideeën heb.

Christian Van Thillo: bladmanagement bij De Persgroep

De Standaard (B) laat dit weekend ex-medewerkers van Christian Van Thillo aan het woord over de 'modus operandi' van De Persgroep, naar aanleiding van de mogelijke overnamen van AD Nieuwsmedia in Nederland


Hoofdredacteuren van zijn kranten vinden wel eens een berichtje van 'Christian' in hun mailbox. Met de melding dat het niet goed was die dag. Het ritme zat niet juist. Of er stonden te veel lange of slechte stukken in. Of er was gezondigd tegen een van zijn dada's: de krant miste dat verhaal waarover elke lezer zal spreken - de krant moet élke dag minstens één zo'n verhaal brengen. Of het onaanvaardbare is toch gebeurd: er zijn pagina's verschenen waarop niet één artikel, foto, titel, cartoon of grafiek de aandacht van de lezer grijpt. De lezer is lui. Een blad dat gelezen wil worden, moet de lezer naar het hart of de buik grijpen.


VERWANT:

Karin Raemaeckers: Vroeger hielden mediabedrijven te weinig rekening met hun lezers, nu te veel

De Tijd liet woesdag Karin Raeymaekers (UGent) aan het woord over de crisis in de mediasector. Die quotes die interessant zijn voor lezers van deze blog:

Raeymaeckers: 'Een krant heeft eigenheid nodig. De verschillende artikels moeten een geheel vormen dat voldoende afwijkt van wat de andere kranten brengen.


Raeymaeckers: 'Vroeger hielden mediabedrijven te weinig rekening met hun lezers, nu te veel.


Raeymaeckers: 'De CIM-cijfers tonen aan dat de kranten die een duidelijk profiel hebben, het best standhouden bij de lezer. Dan denk ik bijvoorbeeld aan De Morgen, hoewel daar nu mensen moeten vertrekken, maar dat heeft niets te zien met het lezersaantal. Ook De Standaard en Het Laatste Nieuws doen het goed. Vandaag is daar ook De Tijd bij, die een nichekrant blijft. Als het voor dergelijke kranten nodig is in een grotere groep op te gaan, heb ik daar geen enkel probleem mee. 'Gazet van Antwerpen mist een duidelijk profiel. Niet iedereen in Antwerpen heeft een regionaal gevoel. Dit in tegenstelling tot de Limburgers, een gevoel waar de krant wel door iedereen gelezen wordt... 'Bij Het Nieuwsblad stel ik me meer vragen. De Standaard en zijn populaire zusterkrant wisselen steeds meer stukken uit. De Standaard wordt breder en trekt zo de toplaag van de lezers van Het Nieuwsblad aan.'

VERWANT

Media in beweging (B)

Gisteren was ik aanwezig bij de voorstelling van Media in Beweging, het boek van Iris Musschoot en Bart Lombaerts dat op basis van een 150 interviews met professionals een helikopter overzicht wil geven overzowel de inhoudelijke als zakelijke kant van media, en hoe die elkaar ontmoeten. (De inhoudstafel kan je hier lezen, als pdf)

Christian Van Thillo
(De Persgroep), die boek uitvoerig aanprees, gaf voor de gelegenheid zijn visie hoe media in 2018 er zullen uitzien. Van Thillo gelooft dat veranderingen beperkt zullen zijn, o.w.v. drie factoren

  • Nieuwe media herdefiniëren de gevestigde media, maar verdringen ze niet. Consumenten multitasken en het volume aan media besteedde uren blijft toenemen
  • Media staan of vallen met de creativiteit van hun medewerkers. De bouwstenen (informatie) zijn voor iedereen dezelfde. Maar het aantal mensen dat van zo'n bouwsteen iets kan maken dat mensen inspireert en aanzet tot actie en gesprek is heel beperkt. Van Thillo gelooft dat er slechts om de 10 jaar één iemand per mediumtype opstaat die echt in zijn vingers heeft wat media consumenten willen, en briljante medewekers aantrekt en inspireert. Dat het meestal ook nog moeilijke karakters zijn, moet je er dan bijnemen. Het is duidelijk dat De Persgroep het bedrijf wil zijn dat die witte raven weet aan te trekken en daarmee meteen ook de continuiteit wil veilig stellen
  • Media lanceren kost veel geld, want de vaste kosten zijn hoog. Dat maakt het eerder onwaarschijnlijk dat er veel nieuwe spelers op de markt komen, en de kans groot dat de spelers van vandaag er ook morgen nog zullen zijn.

Omgekeerd gaan er wel dingen veranderen. Het juridisch kader dat Europa ons oplegt kan veranderingen voor de openbare omroepen inhouden. En de kredietcrisis maakt dat we mogelijk ("visibiliteit nul")voor enkele moeilijke jaren staan ("maar na regen komt zonneschijn, en zonneschijn duur meestal langer). De technologische veranderingen hebben voor een aantal nieuwkomers gezorgd. Vooral classified advertising verhuist naar het internet, waarbij Belgische uitgevers minder kwetsbaar zijn dan hun buitenlandse collega's omdat ze in verhouding meer inkomsten uit de lezersmarkt halen (Noot Kvp: ze zelf ook heel wat initiatieven in de classifiedsmarkt opgezet hebben) . De groei van online rubriekadvertenties en zoekmachine advertenties bedreigt volgens Van Thillo vooral de gratis media. En sowieso zullen er titels sneuvelen. Maar merkreclame lijkt dan weer veel minder te migreren naar het net. Aan consumentzijde verwacht hij op relatief korte termijn een groei naar 90% penetratie van digitale TV, maar ook dat mensen nog steeds 'entertained' willen worden (wat ook voor ipod generatie lijkt op te gaan). Downloaden om een tv programma opnieuw of eerder te bekijken ziet hij dan weer wel zitten. Al die conclusies sterken Van Thillo de overtuiging dat in 2018 dezelfde sterke merken (of het nu in print is, of in gratis TV) als vandaag, mits goed gemaakt, er nog steeds zullen zijn. Donkere jaren kunnen misschien even voor "Media in stilstand" zorgen, De Persgroep wil duidelijk in volgende herdrukken van het boek nog steeds een prominente rol spelen.

Ik onthou uit toespraak - als altijd 'branded entertainment' - dat de jonge Van Thillo het vreemd vond om zijn familienaam in een handboek over de pers te zien verschijnen, benieuwd wat hij er van vindt om zijn naam zo vaak vermeld te zien staan in een posting.

Het is me overigens gisteren gelukt om én de voorstelling van Media in Beweging, én de Febelmar happening bij te wonen. Daarvoor moest ik rond iets na zessen wel even weglopen van het Belgacom surfhouse en half Brussel doorkruisen om zo rond half elf terug te keren. Wat gelukkig een einde breit aan drie interessante, maar vermoeiende weken. Een dagje om half 7 's ochtends vertrekken om tijdig op de GRP te zijn, en dan 's avonds nog tot een uur of 11 naar een kwis voor het goede doel (om maar een voorbeeld van "een dag in het leven van..." te noemen) kruipt toch echt wel in je kleren.

Workshop Mediaplanning KH Mechelen

Donderdag mocht ik met een workshop rond "media onderzoek" voor "media planning" de aftrap geven voor een project dat studenten communicatie management aan de KH Mechelen in de volgende weken moeten uitwerken. Het project is uitgetekend en wordt begeleid door Els Sambaer. De studenten hebben de opdracht om te pitchen voor het mediabudget van Douwe Egberts (lees ook vanaf pagina 4 in Varia) . Ze presenteren meteen voor professionelen van DE, en kunnen beroep doen op professionals als Leen Schramme en Jan Drijvers. Hoewel de studenten uit mijn bijdrage vooral het belang van "storytelling" lijken te onthouden, is dit met stip het meest praktijkgerichte en uitdagende practicum dat ik tot nu toe (in een jaar of 20) gezien hebt. Tweede helft januari zien we de resultaten, en ik ben er zeker van dat het voor de studenten niet alleen leerzaam zal zijn op het vlak van mediaplanning, maar ook qua andere belangrijke business skills als pitchen, presenteren enz...

Nieuwslezeres "versaaid" om perceptie af te stemmen op de doelgroep

Ophef in Frankrijk waar een jonge, aantrekkelijke nieuwslezeres gevraagd werd om make-up, kledij en kapsel bij te sturen in functie van het hogere profiel dat de tv zender wenste te bereiken. De "versaaide" Laurence Ferrari draagt nu hoger sluitende kleding, make-up die de lijnen rondom ogen en mond doet uitkomen en een korter maar klassiek kapsel, alles in een poging om ouder en met meer ernst en klasse over te komen.

Nog maar eens een pleidooi dat het plaatje moet kloppen. Wat je wil zijn en hoe je dat invult moeten in lijn met elkaar zijn. Het punt kwam toevallig ook aan bod in de meeting waar ik het gisteren over had (zie de post "formaatverandering als mediastrategie").

Om het eenvoudig te stellen: veel makers van media denken dat als ze de middenklasse willen bereiken en ze vandaag eerder een positie hebben op de lagere sociale klassen, dat het voldoende is om een element voor de hogere sociale klassen toe te voegen (in dit geval fotomateriaal), en media consumenten het "gemiddelde" zullen percipiëren. Enkele jaren terug heb ik zelfs ooit een communicatiedeskundige als Noel Slangen dit horen beweren in het kader van een bijsturingsoefening voor TV Limburg.

De realiteit is natuurlijk anders, als je de middenklasse wil bereiken, breng dan inhoud afgestemd op de middenklasse en toon mensen uit de middenklasse. "Lagere klassen" inhoud combineren met beeldmateriaal van klassedames uit de hogere sociale groepen is potsierlijk.

Formaatverandering als media strategie

Gisteren hadden we een hoogoplopende discussie over formaten tijdens overleg over één van de media projecten die ik begeleid.

Sinds de Engelse kwaliteitskrant The Independent in 2003 naar het tabloid formaat overschakelde - en kortstondig een verkoopsstijging realiseerde - zijn wereldwijd honderden kranten én magazines op een kleiner formaat overgegaan. Hoewel de positieve invloed op de verspreiding van elke titel meestal snel weg ebde, blijven media makers geloven dat een kleiner formaat meer lezers oplevert.

Mijn suggestie is dat we in het denken over media een onderscheid maken tussen wat de Amerikanen 'audience drivers' en 'inhibitors' noemen.

  • 'Audience drivers' geven mensen een reden om je blad te kopen, zich er op te abonneren of het mee te nemen indien het gratis is. Zeg maar unieke, interessante content, afgestemd op de doelgroep.
  • 'Inhibitors' zijn ontradende factoren. Het medium is misschien wel interessant, maar - bv. het formaat - komt zo onhandig uit op de weinige momenten dat je lezen kan, dat het tegen blad of krant werkt. Wat maakt dat bv. het handtasformaat voor tijdschriften een zinvolle zet is, want het maakt dat het blad letterlijk met de lezer megaat en beschikbaar komt op een moment dat lezeressen tijd hebben (want tijd is één van de meest beperkende factoren voor mediaconsumptie)
Conclusie: formaat is een inhibitor en kan als geïsoleerde factor weinig bijdragen aan het succes van het medium. Het is pas als je "audience drivers" goed zitten, dat bv. een verkleining van het formaat het ontdekken en accepteren van de (nieuwe) bladformule kan versnellen

Links voor 27 oktober

Journalisiek voor dummies: de online cursus van The Guardian

Peter Cole, professor journalistiek aan de universiteit van het Engelse Sheffield, bracht voor The Guardian een reeks interessante essays over de journalistiek samen.

Cole gaat geen enkele harde waarheid over lezers uit de weg.

Ultimately there is only one purpose: to make the reader read the story. ... This booklet picks up the story when the reader has reached the stage of deciding to address the story. That is not the same as reading it, or even reading a certain amount of it....

Newspaper reading is different from reading a book. It is selective, does not involve commitment to the whole.... The newspaper reader .... does not expect to invest effort in the endeavour. He or she will not read a sentence or paragraph a second time to be clear about what is being said. Confusion, more often than not, will mean abandoning the story altogether and moving on. Many newspaper readers skim, sample or get a flavour of a story rather than reading it through.


Cole's tips voor het schrijven van nieuwsartikelen:
  • eenvoud en duidelijkheid: elk woord, elke zin moet door de gemiddelde lezer begrepen kunnen worden
  • een inleidende paragraaf met hoogstens 2 à 3 feiten die duidelijk maakt waarom dit artikel vandaag op deze plaats staat
  • breng in de rest van het stuk niet alleen de 5w's, maar stel je in de plaats van de lezer die koudweg in dit verhaal gegooid wordt: Welke vragen stelt hij zich? Welke kennis heeft hij nodig?
  • schrijf actief, niet passief. Laat dingen gebeuren.
  • wees zuinig met adjectieven, ambtenarees, vakjargon, afkortingen en woordspelingen

De bundel sluit af met een checklist (aanbevolen), advies over het schrijven van features (met cases in het interviewen van bekenden en het schrijven van besprekingen), en columns, om uiteindelijk af te ronden met wat vaderlijke goede raad.

Natuurlijk kan je ook een echte opleiding journalistiek gaan volgen. Aan de EHB in Brussel hebben ze zo'n masteropleiding journalistiek.

Abrams: 20 nieuwe manieren voor kranten om meer lezers aan te trekken

Lee Abrams, outside-innovator bij mediagroep Tribune in de VS, publiceert opnieuw een waslijst suggesties om dagbladen interessanter en relevanter te maken. Een aantal thema's komen in zijn woordenstroom terug: het gebruik van grafische elementen (waarom geen sterren bij een restaurantbespreking, beknoptheid (samenvattingen, top 10 lijstjes), specifiek en duidelijk zijn, de volledige 'lokale' krant, het beter labelen van inhoud, maar ook promotie van online en krant, en van items in de krant zelf.

Over dat laatste, de promotie van onderwerpen en titels in de krant, brengt Mario Garcia een aantal nuttige tips in 'maak teasers aantrekkelijk'. Ook hier een pleidooi voor beknopte maar specifieke en uitdagende teksten, maar ook voor variatie in aantal en opbouw van de promoboxen, om ook hier banner blindness te vermijden.

(lees ook deze eerdere post: 15 manieren voor kranten om meer lezers aan te trekken)

Waarderingscijfers: zin en onzin

Tevredenheid blijkt een slechte voorspeller te zijn van trouw en toekomstige (media) consumptie (*). Toch maken waardering en tevredenheid vast deel uit van mediaonderzoek. En word je als mediabouwer vaak geconfronteerd "ja ons bereik is te laag (**), maar de lezers/kijkers/luisteraars ... vinden het toch goed, zie onze hele hoge tevredenheidsscore".

Mooi, maar niet altijd betekenisvol. Uiteraard vinden je mediaconsumten het goed ... anders zouden ze je krant niet lezen, je radio programma niet beluisteren, je tv programma niet bekijken ... En uiteindelijk geven alleen de gebruikers van je medium een tevredenheidsscore. Maar met tijd als belangrijkste reden waarom mensen afhaken, hebben niet-lezers, niet-kijkers en niet luisteraars weinig ruimte voor media die hun niet boeien, die geen betrokkenheid creëren (dagbladen: alle redenen voor weglopers in als tijdgebrek, veranderingen in het gezin, gebrek aan relevantie passeren nog eens in dit 'slice-of-life' portret op common sense journalism )

Hoge tevredenheid? Misschien heb erg betrokken ('overserved') gebruikers, maar zou je bij iets bredere profilering maar een klein beetje aan tevredenheid inleveren. Omgekeerd moet je uiteraard ook geen 'lage tevredenheid' gaan nastreven. Dit artikel over strategieën voor media geeft een aantal suggesties van wat je in elk voorkomend geval als media bouwer kan doen.

(*) Net promotor score zou een betere indicator zijn, maar is ook niet vrij van kritiek)
(**) En vaak te laag om economisch leefbaar te zijn

Media Bouwer: Ilse Beyers (B)

Stijn Meuris interviewt vandaag in Het Belang van Limburg Ilse Beyers, hoofdredacteur van Dag Allemaal (B). Het weekblad Dag Allemaal bereikt ongeveer 2 miljoen lezers één Vlaming op drie) bij een oplage van ongeveer 400.000 exemplaren en zet een bijna ononderbroken lijn van groei neer. Het lezersprofiel (CIM) is wat ouder, wat vrouwelijker en wat lager oplgeleid dan het profiel van de lezer van concurrent Humo, uit de semiometrie blijkt dat de Dag Allemaal lezer om een meer concrete benadering vraagt (geen ironie) en wat materialistischer is.

Ilse Beyers vertelt over de formule:

“Wij hanteren wat dat betreft de regel van de vier E’s: Eerst in de markt, Exclusief, Eerlijk en Emotioneel. Pas als al die E’s aanwezig zijn, kan je van een topverhaal spreken. En die vierde E, het emotionele aspect, dat is de moeilijkste."

ik wil in de eerste plaats de lezer gelukkig maken. Dat moet dat merk uitstralen, en dus moeten we constant naar evenwichten en invalshoeken zoeken... Wij vormen een soort microkosmos. Een familieblad dat zo close is met haar lezers, daar moet meer achtersteken dan enkel het cijfermatige. Ik geloof nogal sterk in het gegeven van ‘gedeelde smart is halve smart’. Mensen lezen al eens graag dat ook andere mensen, BV’s zelfs, erge dingen overkomen. Of mooie dingen, uiteraard. En wij delen die verhalen met onze lezers.
Dag Allemaal is er ter ontspanning.”

Lees ook deze post over de rol van sensatie in media

Boekbespreking: "Selling blue elephants" voor media bouwers

Het boek "Selling blue elephants" belooft "ontdek wat uw klanten echt willen - nog voordat ze dat zelf weten". De auteurs geven ook een aantal media voorbeelden. Zo wordt in hoofdstuk 7 de cover van een magazine (pagina 113 en volgende) aan de hand van hun RDE techniek ontwikkeld. En in de inleiding wordt de ontwikkeling van het customer relationship magazine DIVA van Unilever beschreven.

RDE is een geavanceerde vorm van "conjoint analysis", een onderzoekstechniek die mensen verschillende protoypes presenteert, waarna mensen hun voorkeur uitdrukken, net als in de echte wereld. Omdat er een structuur achter de opbouw van de verschillende prototypes zit, kan een computerprogramma berekenen hoe mensen verschillende eigenschappen afwegen (trade-off analyse). Conjoint analyse wordt ook vaak gebruikt om de prijsgevoeligheid (prijselasticiteit) van producten te onderzoeken.

Het probleem tot nu toe met het toepassen van conjoint analyse voor media was altijd de classificatie van eigenschappen. Dit gebeurde in het verleden altijd door de producent zelf. Een krant kan je bv. indelen in buitenlandse berichtgeving, binnenlandse berichtgeving, business, sport ... maar vaak blijkt dat lezers zich meer door het onderwerp (persoonlijke interesses) laten leiden dan door de categorie. Iemand die een spaarrekening heeft bij Fortis zal met meer belangstelling de berichtgeving rond Fortis volgen, ook al leest hij anders zelden of nooit het business katern van zijn krant. En omdat de traditionele categorieën weinig relevant zijn, was het dan ook moeilijk betekenisvolle prototypes te ontwikkelen.

RDE tracht dit op te lossen door (media) consumenten zelf het aanbod te laten deconstrueren. (Eigenlijk een mini inhoudsanalyse). Zo worden vanaf pagina 73 een reeks e-zines gedeconstrueerd. Die case is nog het meest overtuigend, want uiteindelijk valt de cover case op pagina 113 ten prooi aan het probleem dat voor media toepassingen kleeft aan conjoint analyse: triviale resultaten ("een cover moet iets beloven"), kennis die een hoofdredacteur of vormgever al zou moeten hebben.

Een tweede handicap van conjoint analyse was dat een groot aantal eigenschappen vaak leidde tot een overdreven beoordelingstaak bij de consument. Een probleem waarvoor auteurs Moskovitz en Gofman een vergelijkbare oplossing gevonden hebben als sawtooth software, marktleider in het aanbieden van oplossingen voor conjoint analyse. Een aardige toevoeging in RDE is wel dat beoordelingstijd (of beter "staartijd") mee vastegelegd wordt, wat de uitgever een extra indicatie geeft van wat de aandacht van lezers trekt.

Selling blue elephants is een goed leesbaar business boek, toegankelijk geschreven, voor zowel de manager als de meer technisch georiënteerde onderzoeker (dankzij de vele verwijzingen naar technische - online - teksten). De cases zijn gevarieerd en tonen aan dat met RDE voor veel producten veel mogelijk is. Alleen ben ik nog lang niet overtuigd van de waarde van RDE voor media.