Posts tonen met het label kranten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kranten. Alle posts tonen

Regionaal nieuws begrijpen

Het Amerikaanse Pew kwam vorige week in één van haar vele studies tot 72% van de bevolking die geïnteresseerd het regionale nieuws volgt. Overigens een open deur, want toen ik ergens in '87 aan mijn eindverhandeling (rond regionaal nieuws voor lokale radio) werkte, bleek uit literatuuronderzoek dat zowat overal in de wereld dat cijfer op een 70% à 75% ligt.

Helaas wordt door media onderzoekers dat regionale nieuws niet altijd even goed begrepen.

Zo botst de Zwitserse mediaonderzoeker Carlo Imboden op deze Duitstalige blog "> op de tegenstelling tussen:

  • verklaard gedrag: in mediaonderzoek naar kranten is regionaal nieuws altijd één van de meest gelezen rubrieken.
  • geobserveerd gedrag: de scores gemeten met Mediascan - een product van het bedrijf van Imboden -, een soort leespen waarmee lezers kunnen aangeven wat ze werkelijk gelezen hebben

Die twee hoeven niet tegenstrijdig te zijn. Regionaal nieuws wordt heel oppervlakkig gelezen, lezers zoeken of ze de namen herkennen van mensen die ze kennen of plaatsen die belangrijk voor hun zijn. Het meeste regionale nieuws beantwoordt hier niet aan, is dus niet relevant en wordt buiten het lezen van titels, onderschriften en het bekijken van een eventuele foto niet tot in de details gelezen. Verklaard leesgedrag is dus hoog, werkelijk leesgedrag van individuele artikelen laag.

In de marge : een conclusie die in dit soort onderzoek ook altijd terugkomt is dat lezers meer regionaal nieuws willen. Maar zelfs als je het aanbod verdubbelt, vergroot niet noodzakelijk het aantal relevante artikelen, en levert dat de uitgever dus ook niet noodzakelijk veel meer op. Wat mensen willen is niet noodzakelijk meer regionaal nieuws, maar vooral meer relevant regionaal nieuws: over de mensen die ze kennen, hun directe buurt... Het zijn redacties van regionale media die vaak - uit organisatorische overwegingen - in termen van gemeenten denken, terwijl dat vaak voor lezers nog heel abstract is. Overigens, als je tenminste je friend request wat kunt in de hand houden, is dat juist de sterkte van Facebook: nieuws (al is het dan soms heel erg klein nieuws) over wie je kent.

Kranten maken: lessen uit Vlaanderen

De Standaard brengt dit weekend een reeks stukken over Vlamingen in het Nederlandse krantenlandschap ('lessen uit Vlaanderen'), naar aanleiding van het vertrek van hoofdredacteur Peter Vandermeersch naar het NRC Handelsblad.

Zo komt o.m. Jaak Smeets van De Persgroep aan het woord


'Centraal staat natuurlijk de krant zelf. Die moet verrassen, inspireren, lezers het gevoel geven dat ze er rijker en wijzer van worden... Maar daarnaast zijn ook promotie en marketing bijvoorbeeld heel belangrijk ... Kranten schaamden zich om aan marketing te doen...De voorpagina moet aantrekkelijk zijn en mensen doen toehappen in de krantenkiosk.

De organisatie en de redactiestructuur zijn van het grootste belang...we willen de best mogelijke krant maken en dat kan alleen als de organisatie goed is...niemand mist de banen die verdwenen zijn...Integendeel, de inertie is weg.

'Verrassen' is wat een krant actualiteitswaarde geeft, ook in dit twitter tijdperk en ook al werd die krant een avond geleden gedrukt. 'Verrassing' wel in een subtiel evenwicht met 'Voorspelbaarheid', want dat ontbreekt in het betoog van Smeets. De krant is een vriend, een stukje vastigheid in een snel veranderende wereld en wordt vaak in een pauzemoment gelezen. Dus enkele handvatten (indeling, rubrieken, standpunten) zijn wel welkom. Iets waar deze makers van bedrijfsbladen dan weer net iets te ver in lijken te gaan met hun redactiematrix.

Infografieken: deel van de toekomst van journalistiek

Levendige discussie bij De Werktitel over de stelling dat infografieken de toekomst van journalistiek vormen. (De discussie vind overigens zijn wortels in de presentatie over nieuwe en oude media die Bart Dewaele van Netlash voor ons gaf)

Laten we het even over echte infografieken hebben, niet de saaie staafjes die je uit Excel of Powerpoint kent, maar kunststukjes die je zonder blozen zou kunnen insturen naar Malofiej, waar dit jaar de Society of News Design het beste werk in infographics bekroont.

Dit soort Infografieken zijn, net zoals tekst+foto of een video dat zijn, een vorm van storytelling.

Twee invalshoeken die niet aan bod komen in de discussie bij De Werktitel zijn (1) het effect op lezers en (2) wat het kost om infografieken aan te maken.

In onze (papieren) kranten vind je bijvoorbeeld elke dag een infografisch uitgewerkte pagina. Dat is een pagina die hoog scoort, zowel in leesscore als in waardering. En dat is ook niet zo vreemd: je krijgt veel informatie die makkelijk te verwerken is (Relevantie). Van uit dat standpunt bekeken kun je alleen pleiten voor meer, en voor online versies die interactief zijn (zoals deze interactieve simulatie van de aardbeving in Haiti bij USA Today)

Jammer genoeg zijn infografieken ook heel erg tijdsintensief om aan te maken, en dus duur. Je kunt dromen van gespecialiseerde tools en van het beschikbaar komen van meer databanken met kant en klare voor nieuwsgebruik geschikte vectortekeningen, maar zover is het nog niet.

Infografieken zijn dus niet de toekomst van de journalistiek, maar wel een waardevolle vorm van storytelling, binnen het hele arsenaal van mediabouwers.

Ze hebben dan hun plaats, als een geschreven doorlopende tekst niet het beste middel is om informatie over te brengen. Ons korte termijn geheugen kan immers maar een handvol elementen onder één noemer vangen : van het ogenblik je 5 a 7 dingen te vertellen hebt, die niet onder één noemer passen of die anders in één paragraaf geduwd moeten worden, is een infografiek een goed alternatief:

  • sequenties van gebeurtenissen (en toen ...en toen ... en toen ..)
  • veel, maar weinig gestructureerde of geordende weetjes die horen bij één onderwerp
  • als een beeld meer zegt dan 1000 woorden
UPDATE 2/2:
Infographics bij De Nieuwe Reporter
Infographics.eu

De media & Luik

Soms komt het nieuws ook dichterbij dan je wil. Met Guy, de vader van het Limburgse meisje dat omkwam bij die vreselijke ramp in Luik, heb ik jarenlang samengewerkt en daarna kwamen we elkaar nog wel eens tegen. En moeder Viviane werkt nog steeds bij ons in het bedrijf. Verschrikkelijk om op die manier een dochter te moeten verliezen, verschrikkelijk ook om zo de media aandacht op je gericht te krijgen.

Heel wat gewone mensen daarbuiten zijn geschokt en verbijsterd door zo'n ramp, en hoewel dat leed verwaarloosbaar is in vergelijking met de pijn van de familie, moet dat ook gekanaliseerd worden. Media helpen mensen vat te krijgen op de feiten en vooral die gevoelens die zo moeilijk onder woorden te brengen zijn - de reden ook voor al die stille en witte marsen - te delen Dat iedereen die de media volgt diezelfde gevoelens beleeft, creëert een gevoel van verbondheid, de essentie van wat we 'sensatie' noemen.

Maar tussen taak en uitvoering ligt toch wel weer ruimte voor discussie van hoe we dit als media invullen en vooral, hoe we de uitspraken van de verslagen ouders naar onze eigen posities weten om te buigen. Om het even bij de dagbladen van vrijdag te houden:

  • De Morgen licht uit een gesprek met de moeder "het zoeken naar de waarheid" (ego expansie, bekwaamheid)
  • Het Laatste Nieuws beklemtoont 'conflict' : de vader stelt de veiligheid van de koten en de acties van de hulpdiensten in vraag
  • Het Belang van Limburg kiest dan weer voor 'harmonie' : vader is 'sereen', dankt de hulpdiensten, denkt niet dat er nog meer had kunnen gebeuren.

Als je deze dagbladen in een motivationeel model plaatst (zoals de modellen van Censydiam of Steven Reiss), dan zal je deze kranten ook op die posities (zoeken naar bekwaamheid, conflict, harmonie) terugvinden. Vreemd hoe journalisten zich onbewust lijken te plooien naar de mal van hun medium, en meteen ook een verklaring waarom het zo moeilijk is om een medium te herpositioneren.

BTW: Goed vind ik de link naar een online rouwregister in sommige artikels. Ok, het had allemaal iets omstandiger gekund, en ook de landingspagina had sterker gekund, maar we schuiven toch op van pure informatie aanbieder naar leider van een community waarin dingen gedeeld kunnen worden.

Wat ik dan ook een beetje mis is dat we niet (enkele van) die commentaren ook terug laten stromen naar de krantensite. Als enkele honderden van onze lezers (uit ONZE gemeenschap) hele mooie boodschappen schrijven, dan is dat minstens even belangrijk als enkele duizenden mensen die rouwen in (het ver gelegen) Hannuit. Mensen zijn geïnteresseerd in mensen, vooral uit ONZE gemeenschap. Dat is nabijheid. En het selecteren van enkele boodschappen (gatekeeper, anyone?) bevestigt minder actieve lezers in datgene waar onze gemeenschap voor staat en zet actieve lezers aan ook hun bijdrage te posten door zijn 'social proof' karakter. Ja, dat is community denken, en dat veronderstelt toch een omslag in ons denken.

Wat, dat is geen 'echte' journalistiek? Wel de mensen bij Mediashift denken daar in ieder geval anders over : how to use meta stories to engage the community and the newsroom.

Mediatraining

Het bedrijf waarvoor ik werk laat een aantal mensen opleiden tot woordvoerder en in dat verband mocht ik dinsdag een (leerzame) mediatraining volgen bij Terry Verbiest, wat in de marge leidde tot een aantal interessante discussies over media, nieuws en Lierse. Uiteindelijk raakten we het eens dat nieuwswaarde vooral bepaald wordt door onverwachtheid, impact en nabijheid.

Regionale media krijgen die laatste factor zo mee. Maar waar een regionale krant tot een jaar of 10 terug het rijk zowat voor zich alleen had, is dat nu wel even anders. Andere nationale kranten (in Vlaanderen Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en De Standaard) zijn veel meer aandacht aan hun regionale edities beginnen te besteden. Er is regionale televisie bijgekomen. Ook de openbare omroep heeft met Radio 2 flink in de regio's geïnvesteerd. In de markt voor de gratis pers is er De Zondag bijgekomen en kondigt Roularta (dat ook een regionaal nieuwsportal tracht gelanceerd te krijgen) aan om meer regionaal nieuws te gaan brengen in huis-aan-huis blad De Streekkrant, met de ambitie om uit te groeien tot een echte krant. Steeds meer gemeenten beginnen hun eigen tv kanaal, al dan niet met User Generated Content. In de marge ontstaan links en rechts hyperlokale nieuwssites en blogs. Over belang en continuiteit kan je vragen stellen, maar ongetwijfeld zal vroeg of laat iemand opstaan om een en ander te gaan aggregeren (zoals in Nederland Bart Brouwers dat bij zwaargewicht Telegraaf gaat doen).

M.a.w. Regionaal nieuws, enkel gebaseerd op "nabijheid", wordt een "commodity" zoals markt strategen dat noemen, en heeft veel minder onderscheidende waarde dan een jaar of 10 terug. Dat betekent niet dat regionale kranten meteen gaan omvallen, daarvoor zijn hun merken te sterk en is de gewoonte bij media consumenten te sterk ingeworteld, maar alles wordt naar de toekomst toe wel veel moeilijker.

De oplossing is om als nieuwsmedia niet alleen de "nabijheid" je eigen te maken, maar ook veel meer aandacht te hebben voor "onverwachtheid" en "impact". M.a.w. veel meer de agenda te bepalen, met aandacht voor die dingen die voor de lezers in je werkgebied belangrijk zijn.

Neem dit voorbeeld van een hyperlokale, met vrijwilligers bemande blog voor een wijk rondom het Londense King's Cross (scroll even door naar het stukje over William Perrin) Deze blog telt sinds 2006 een 800 tal berichten en wist met enkele opzienbarende campagnes ("impact" en "onverwachtheid") de belangen van de buurt veilig te stellen. Dat is "customer value" in media, om even het dure woord te herhalen dat ik enkele dagen terug in een post gebruikte en (dat alvast een aantal onder) jullie te vergezocht vonden :-) .

Ofwel moet je er natuurlijk in slagen om op de dimensie "nabijheid" de afstand met je concurrenten te vergroten. Onze titels stuurden ter gelegenheid van de babyspecial, die donderdag en vrijdag in de winkel ligt, een e-mailing uit naar de inzenders van een foto met een link naar een gepersonaliseerd krant voor die dag, waarin hun kind als hoofdartikel opgevoerd werd. Een link die flink gedeeld werd op het internet. Dichter dan dat kun je moeilijk gaan ...

(Niks) nieuws onder de zon

De lancering van de telegraaf in 1845 werd algemeen gezien als een grote bedreiging voor de dag- en weekbladen van die tijd, die zelf nog in hun kinderschoenen stonden.

Die eerste kranten leunden overigens heel sterk op 'user generated content':

The most avid collectors of news were businessmen, some of whom acted as correspondents to papers ... Some merchants exchanged information with each other in special clubs, called newsrooms, in which items of interest ... were recorded in shared books to be accessed by paying subscribers only. Journalists would sometimes frequent such newsrooms to pick up stories. But they rarely sought out news themselves. Things began to change in the late 1820s as two New York papers, the Journal of Commerce and the Courier and Enquirer, began to compete for business readers ... In the 1830s competition intensified with the establishment of the “penny press” papers, which were cheaper than the business ones and catered to a much wider audience.



Via 'Newspapers and Technogy: network effects', in The Economist

Media en innovatie: kunnen mediabedrijven de Fuji berg verplaatsen?

Begin december gaf Google België een feestje bij de opening van haar nieuwe kantoren. (Leuk zicht overigens op het Leopold Park, de achtertuin van de kantoren van de EU). Eén van de mensen waarmee ik toen heb staan praten, was vanuit Dublin verantwoordelijk voor de Europese PR inspanningen van de zoekgigant. Google lanceerde net die avond living stories, één van de ongeveer 60 innovaties per maand die Google in de markt zet, wat ons al grappend tot de conclusie bracht dat alleen al het volgen van wat er bij Google gebeurt bijna een dagtaak op zich is.

Maar zoals elke grap zit er ook hier een kern van waarheid in : Google innoveert in een ontzettend hoog tempo. Alles met wat naam heeft ondertussen zijn licht al laten schijnen op Google's innovatieve cultuur :

Twee centrale elementen in die principes zijn mensen ("huur mensen met passie voor hun vak") en gebruikers ("plaats de gebruiker centraal")

Bedrijven als Google (maar ook Microsoft, Apple ...) maken "innovatief vermogen" tot een belangrijk onderdeel van hun aanwervingsstrategie. Een solliciant moet bijvoorbeeld een antwoord kunnen verzinnen op onconventionele vragen als "hoeveel pianostemmers zijn er in de hele wereld?". En dat brengt me bij de titel van deze post : "How would you move mount Fuji", het boek dat William Poundstone enkele jaren terug schreef over dit soort puzzels en hoe ze het best aan te pakken.

Kunnen wij als mediabedrijven op dezelfde manier bergen verplaatsen?

Als traditionele mediabedrijven jammeren over hoe Google hun content steelt, dan hebben ze een punt. Maar soms loont het om ook eens de wereld doorheen de bril van de andere partij te bekijken. Door de bril van Google gekeken, zie je mediabedrijven als logge instituten die nauwelijks innoveren, geen cultuur van testen hebben en weinig of niets van hun gebruikers leren. Geen wonder dat de technoratie het idee hebben dat traditionele mediabedrijven hun beste tijd gehad hebben.

Als er bij Google discussie is over welke tint blauw er op een pagina gebruikt moet worden, en hoe dik een lijn moet zijn, dan testen ze de (41) varianten toch gewoon even uit op telkens enkele duizenden gebruikers, en zo lopen er elke dag wel tests op kleine steekproeven van gebruikers. Als je tussen traditionele mediamensen verwijst naar de geautomatiseerde aanpak van de Huffington Post om titels te optimaliseren, dan is dat 'eng' want 'marketing'. Als Google leert dat de laadtijden van een pagina een beslissend element zijn in de gebruikerservaring (en als gevolg heeft dat gebruikers in de toekomst je site vaker of minder vaak bezoeken) dan verzint Google van alles en nog wat (tot desnoods eigen browsers en DNS servers toe) om het web sneller te maken. En Marissa Meyer van Google stelt terecht de vraag hoe we elke gebruiker hetzelfde nieuwsartikel kunnen serveren, ook al zouden we op basis van gebruikersgegevens inzicht kunnen hebben in wat de lezer al als achtegrond informatie heeft ... En dat maakt dat Google het bedrijf is dat Fast Flip (sneller!) en living stories (personaliseer het nieuws in functie van wat je al eerder las!) lanceert, innovaties waarmee het ook probeert aansluiting te vinden bij (de frustraties) van gebruikers (plaats de gebruiker centraal!)

Laten we even kijken naar de innovaties die mediabedrijven in de afgelopen maanden afgeleverd hebben:
Mooie concepten, maar wel nog steeds concepten die "content" centraal stellen (al dan niet multimediaal wat opgewaardeerd) en niet "de gebruiker". Concepten die vooral op zoek gaan naar een "nieuw kanaal" en minder naar een "nieuwe gebruikerservaring".

Gelukkig zijn er ook nog een aantal denkers die buiten de gebaande paden treden. Hoewel Adam Penenberg bij Fast Company de analyse voor boeken maakt kun je ze met wat goede wil ook toepassen op dagbladen en magazines : de manier waarop boeken nu op e-readers gebracht worden is het equivalent van hoe de eerste automodellen 'horseless carriages' genoemd werden. Penenberg voorziet een enorme inhoudelijke evolutie, iets waar hij op één lijn zit met Mark Thompson (Knight Foundation, Thompson was ook gastspreker op Show me the money) die wil dat we evolueren naar timeless news (lees zeker ook de 'related stories').

Om nog even met Google af te slujiten, Jeff Jarvis heeft in "What would Google do" een poging gedaan om, met de bril van Google op, de nieuwsindustrie te innoveren. Toch heb ik het idee dat we het veel meer gaan moeten zoeken in de lijn van de vorige paragraaf.

Show me the money: zakenmodellen voor media

Donderdag naar Show me the Money in de lichtfabriek te Haarlem geweest.


Kort samengevat : ja, er wordt geld verdiend op het internet, en neen, niet in de grootte orde zoals we kennen van de traditionele uitgeefmodellen.

Wat nog maar in marge van de Nationale Uitgeefdag gefluisterd werd, werd hier zonder enige terughoudendheid door mensen als Paul Molenaar en Jan Dijkgraaf op tafel gelegd: het hele uitgeefproces moet op de schop. In een variant op Jeff Jarvis (die via Skype een kort, zij het audiogewijs wat haperend, gastoptreden gaf vooraleer het koude Noordoosten van de VS in te ruilen voor Florida) 'do what you do best, and link to the rest', werd ervoor gepleit veel meer focus te leggen op die onderwerpen en redacteurs die het verschil maken.

Rompredacties als onvermijdelijk eindpunt, maar dan wel als strategisch keuze, en niet als toevallig eindresultaat van salamigewijs te snijden in kosten. Onvermijdelijk, zij het dat de dingen misschien toch nog steeds wat langzamer gebeuren dan de digitale voorhoede geloofd, zoals Leon Bouwman van Adformatie nuanceerde.

Heel erg complementair met die manier van denken is het bv. model dat Mindworks op de WAN conferentie in India presenteerde. Mindworks stelt een uitgeefmodel (voor dagbladen) voor waarbij er rond een media merk 3 schillen ontstaan:
  • een rompredactie met topjournalisten die de eigenheid van de titel invullen en de externe partners (outsourcing, burgerjournalisten) aansturen
  • outsourcing van alles wat routine is (verwerken van berichten persagentschappen, pagina opmaak, media-klaar maken van inzendingen van burgerjournalisten)
  • burgerjournalistiek en user generated content
Voor de meeste mediabedrijven gaat dit veel verder dan vandaag noodzakelijk en zelfs wenselijk is. De les is dat innovatie niet alleen gaat over de inkomstenzijde moet gaan, maar dat wat slimheid (en efficiëntie) aan de kant van het proces minstens zo belangrijk is. Een mediabedrijf dat daar vroeg genoeg mee begint (/begon), en daarmee de natuurlijke uitstroom in een bedrijf kan aanvullen, kan (/had zich kunnen) zich naar de nieuwe media realiteit transformeren zonder het soort onrust dat vandaag talloze mediabedrijven verlamt en lezers en adverteerders doet schrikken. En als dat onderweg leidt tot het beter uitkristalliseren van de ziel van het medium (en dus de aantrekkelijkheid van het media merk), dan is dat mooi meegenomen.

Want nieuwe uitdagers hebben die les al lang begrepen en maken hun opwachting. In de Verenigde Staten is er een hele hype rond 'on-demand media', een zeer winstgevend mediabedrijf dat vertrekkend van algoritmes (op basis van advertentiegegevens van Google) bepaald aan welke artikelen of video's het nood heeft, en die zo goedkoop mogelijk (semi-UGC, tot 4000 stuks per dag) laat maken en automatisch promoot via social media. Een model dat America Online nu ook tracht te kopiëren.

In Nederland verraste jaren geleden nu.nl de traditionele uitgevers met een gelijkaardig disruptief model. En de mensen die ik in Haarlem sprak waren er vast van overtuigd dat er voor dit soort modellen in de rest van Europa nog ruimte is.

UPDATE: Readwriteweb poste enkele uren later een artikel over Content Farms en hoe deze de McDonalds van het web dreigen te worden. Techcrunch voorziet het einde van 'hand crafted content'.

UPDATE 16/12: Jeff Jarvis @ buzzmachine ziet de toekomst veel minder somber in.

Journalisten, titels en SEO: het beste van twee werelden

Media sites van sterke media merken halen +/- 30% van hun verkeer via zoekmachines, voor media merken die minder goed vermarkt worden - en dus rechtstreeks verkeer missen - kan die afhankelijkheid oplopen tot 50% en meer.

De titel (of juister de 'h1'' tag ) is voor zoekmachines erg belangrijk bij het indexeren van een artikel. Recent koos de BBC net om deze reden er nog voor om journalisten twee titels te laten schrijven : 'langere titels' boven stukken (55 karakters), terwijl de homepagina met het overzicht van artikelen kortere versies krijgt (31 a 33 karakters). Ook bij de Huffington post geven journalisten twee titels in, de titel die het in een kortlopende A/B test haalt, wordt de uiteindelijke titel.

Die mechanische benadering leidt vaak tot zeg maar saaie titels en staat wat scheef op de creatieve insteek van journalisten. Iets waar Mike Keley van The Daily Mirror tegen fulmineerde op de WAN conferentie te Hyderabad in Indië.

We've listened to our fair share of SEO experts at Mirror Group, but when we relaunched Mirror.co.uk about eighteen months ago, we fought very hard to put SEO to one side and focus instead on trying to reinject some of the brand values that had served the newspaper so well for more than one hundred years. Some of that bold tabloid panache, the dynamism, the straight-talking, entertaining view of the world so familiar to readers of the Daily Mirror newspaper. And the relaunch was a great success.
Bedenking: het één sluit het andere niet uit, en waarschijnlijk zit daar voor een media merk de meest belovende combinatie.
  • je moet de taal van je medium en je lezers spreken en die ook als ingang van je stukken gebruiken. Als dat voor The Daily Mirror "Gasp!", "Tee-hee", "Phwoar" is, dan is dat zo en is dat je differentiator t.o.v. de miljoenen andere pagina's daarbuiten. En nu er steeds meer verkeer via sociale netwerken komt, kan een unieke woordkeuze juiste een belangrijk voordeel zijn, om op te vallen op de "wall" of in de "feed" van wie "sharet".
  • als zoekmachine optimalisatie de verkeerde bezoekers aanbrengt, dan is er ... ruimte voor optimalisatie. Misschien moeten je sleutelwoorden nog duidelijker en moet er naar nog betere combinaties van sleutelwoorden gezocht worden. Belangrijk, want oogcamera onderzoek leert dat het oog van een media consument zowel in zoekresultaten als op een artikel pagina meteen op zoek naar dit soort bepalende woorden, woorden die hem als gebruiker de geruststelling geven dat hij op de juiste pagina is aangeland ( en dat het de moeite loont verder energie te investeren in het decoderen van de pagina)
  • Het is mogelijk om het beste van de twee werelden kan hebben. Google kijkt immers eerst en vooral naar de pagina structuur ('html'), en hecht veel belang aan de title tag "h1" en de plaats van de zin in het document. Maar hoe een pagina er voor de gebruiker uitziet, wordt steeds meer bepaald door CSS stylesheets. Je kan dus perfect een zoekmachinevriendelijke maar saaie titel met rijke sleutelwoorden en h1 tag vooraan in je HTML document hebben, terwijl de stylesheet (CSS) er voor zorgt dat deze bescheiden en onderaan de pagina afgebeeld worden. Je creatieve titel heeft misschien in de paginastructuur slechts een "h2" tag, maar kan opmaaktechnisch via stylesheet (CSS) perfect groot, vet en uitdagend bovenaan de pagina prijken.

SEO is een stuk gereedschap. En het is nog steeds meer de timmerman dan het gereedschap die bepaalt hoe stevig een pagina in elkaar steekt.

UPDATE 19/01/10: Mariana Bettio, SEO specialiste bij The Times gaf opening van zaken tijdens News:rewired. 'Google is als een gigantische buitenaffiche'. Een oudere bijdrage over SEO bij The Times vind je hier.
UPDATE 19/01/10: Hoe koppen te schrijven voor social media

VERWANT: beste praktijken in zoekmachine optimalisatie voor media sites.
VERWANT: beter scoren in Google News

Links voor mediabouwers: 11 oktober 2009

  • Men's health is de nieuwe nummer 1 bij de Britse mannenbladen: The Guardian kijkt binnen bij de redactie van Men's Health en ontdekt 'en passent' flink wat interessante dingen over bladformule, positionering en meer.
  • Al jaren nummer 1 in de economische pers: The economist. Uitgever Paul Rossi bij FolioMag over hoe je een winnaar bouwt.
  • Covers : Ken Wilkie, een magazine veteraan met 30 jaren op de teller, vertelt hoe je aansprekende voorpagina's maakt in covers uncovered. Rob van Vuure en Sak van den Boom geven hun insteek met een 5 stappen cover plan.
  • Het Duitse vrouwenblad Brigitte zal geen onmogelijk magere modellen meer afbeelden. Blijkbaar wordt de grondwet in bladenmaken, dat het model iemand zou moeten zijn, zoals de lezers er met een beetje moeite (en hoop :-) zouden kunnen uitzien, terug in ere hersteld. Modellen moeten 'bereikbaar' aspirationeel zijn.
  • 5 bureaus dongen mee naar de opdracht om de Zwitserse krant Tages Anzeiger te restylen. Normaal zou je van de verliezers nooit meer iets horen, maar dat is zonder het internet gerekend. De medewerkers van Information Architects plaatsten hun inzending na afloop online. Het voorstel geeft een verrassende blik op de visie van een 'online' bureau op een 'offline' medium als krant.

De onstuitbare atomisatie van nieuws en media

'Unbundling' was één van eerste de 'buzzwords' die het disruptieve karakter van het internet karakteriseerden. Een muziekliefhebber kocht geen album meer, maar laadde gewoon die tracks af die hem of haar interesseerden. Hetzelfde voor nieuwsmedia. Google en Google news waren er verantwoordelijk voor dat surfers rechtstreeks op een artikel belanden en niet via de thuispagina / voorpagina van de website.

Die 'atomisatie' lijkt een nieuwe versnelling gevonden te hebben. De Financial Times beschrijft in 'Friends, not editors shape internet habits' hoe sociale netwerken als facebook en twitter steeds meer het nieuwsmenu van lezers bepalen, en daarmee redacteuren buitenspel zetten.

Daarmee wordt ook één van de belangrijkse motieven om media te gebruiken (sociale integratie) op zijn kop gezet : vroeger moest je media volgen om straks mee te kunnen praten en in interactie met anderen te gaan. Een artikel in krant of tijdschrift was een 'ervaringsgoed', je wist pas na het (al was het maar ten dele) lezen van een stuk of het interessant of relevant was, je wist pas veel later of je deze kennis in een gesprek kon gebruiken.

Vandaag worden de rollen omgekeerd : er is eerst de interactie en die bepaalt mee welke media je gaat consumeren. De 'sociale winst' voor de eindconsument blijft dezelfde, voor de media bouwer is dit wel een wereld van verschil en nog maar eens een indicatie dat de lat steeds hoger komt te liggen en de waarde van je merk als paraplu boven je aanbod ook niet zaligmakend is.

Overigens hoeft het hier met die atomisatie niet op te houden. Blogger Martin Belham stelt voor om artikels niet langer als één tekst te schrijven, maar al van bij het concept op te splitsen in eenheden (wie, wat, waar, wat, wanneer ...) die verder gefilterd en gemixt kunnen worden om de meest relevante ervaring voor nieuwsconsumtenten te genereren. Iets waar voorstellen voor microformats voor nieuws voorzichtig een begin mee maken. Fijn voor de aggregatoren, fijn voor de eindgebruiker, maar helaas ook weinig soelaas voor het zakenmodel voor mediabedrijven.

Dieptemetaforen en mediagebruik

Tijdens de vakantie heb ik o.m. Marketing Metaforia gelezen. Harvard professor Gerard Zaltman beschrijft hierin 7 dieptemetaforen waarop je je communicatie over producten en diensten kan enten, in de hoop effectiever te communiceren. Hoewel het boek vooral stilstaat bij marktonderzoekstechnieken (o.a. ZMET), staan er gelukkig ook een hoop praktische tips en voorbeelden in.

Zo worden op pagina 124 “kranten” (Zaltman realiseerde eerder een onderzoeksproject voor de Pittsburg Post-Gazette) opgevoerd als illustratie van de dieptemetaforen “verbinding” en “controle”. Niet meteen veel nieuws (LEES OOK: uses and gratifications), maar het helpt het plaatje kloppend te houden. (hoewel we ook hier de wereld niet stilstaat: de onstuitbare atomisatie van nieuws en media)

De dieptemetafoor “verbinding” en dagbladen

Verbinding met zichzelf:

  • Door het lezen van opiniestukken kan iemand eigen opvattingen en identiteit ofwel in vraag stellen, ofwel versterken. Het opnemen van informatie schoolt lezers en geeft hun meer zelfvertrouwen bij belangrijke levensbeslissingen
Verbinding met anderen
  • Partners en hele gezinnen lezen samen de krant en wisselen ideeën uit, de krant brengt gezinsgesprekken op gang die de band versterken, wat de krant een stukje gezinslid maakt.
  • De krant als middel om verbindingen met anderen aan te gaan, gaat verder dan alleen de directe familie. Voorzien van nieuwe kennis voelen lezers zich zelfverzekerder als ze aan gesprekken met anderen deelnemen, in het café, tijdens etentjes, op het werk of in andere sociale situaties.
  • Door bewust te worden van wat er zich in de omgeving afspeelt, krijgen lezers het gevoel dat ze erbij horen: wij wonen hier en ik wil graag weten wat er speelt in de stad, dus als we willen profiteren van bepaalde evenementen, dan dat, of we kunnen die informatie gebruiken om onze reizen te plannen, “we staan in verbinding”. Doordat mensen meer gevoel hebben voor waar ze zich bevinden, begrijpen ze zichzelf beter
  • De krant verbindt lezers niet alleen met hun directe omgeving, maar ook met de samenleving en de wereld als geheel, door over mondiale gebeurtenissen te lezen, en ze beter te begrijpen, worden lezers gevoeliger voor andere culturen en voelen ze zich minder geïsoleerd. Online, via email met een vriend of collega van gedachten wisselen over iets wat je in de echte krant hebt gelezen is ook een manier om anderen te laten weten dat je aan ze denkt, door de relevant website informatie aan de gedrukte versie van een artikel toe te voegen, leggen consumenten gemakkelijker verbindingen met anderen en neemt de waarde van de krant verder toe
De dieptemetafoor “Controle” en dagbladen
  • Het lezen van de krant is net zo goed onderdeel van mijn dagelijkse ochtendroutine is als de kop koffie, en helpt structuur in de dag te brengen
  • Kranten roepen sterke emoties op: mooie en blije gevoelens, maar ook wanhoop

Pure Design (1)

'Pure Design' bundelt de layout ervaringen van krantendokter Mario Garcia in het restylen van meer dan 550 kranten. Het boek uit 2002 is al een tijdje uitverkocht, maar valt nu online in te kijken. Elke dag publiceert Garcia enkele pagina's op zijn blog, en het volledige eerste deel van Pure Design is sinds vandaag nu ook op issuu te bekijken. Garcia schetst de verdiensten van korte en lange stukken, hoe je best samenvattingen, onderschriften en 'whispers' brengt, en loopt als case study met jou doorheen de restyling van Die Zeit.

De ziel van regionale berichtgeving

Hoe vang je de ziel van een regio? Het bestaande onderzoek naar regionale berichtgeving geeft helaas enkel aan hoe belangrijk regionaal nieuws is voor media. Dat leerde ik een jaar of twintig terug al uit literatuuronderzoek voor mijn eindverhandeling over radionieuws en in al die tijd is er weinig vooruitgang geboekt.

Dit artikel over regionale interesses uit het Duitse 'Media Perspektiven' brengt daar verandering in. Mentaliteit, familie en vrienden, natuur en landschap, maar ook werk, bedrijven en scholen zijn belangrijker voor de regionale identiteit dan lokale politiek of sport, hoewel er kleine verschillen tussen de verschillende regio's in Nordrhein Westfalen bestaan en 50+'ers iets traditioneler denken. En regionale interesse is volgens de betrokken psychologen niets meer dan het terugverlangen naar het gevoel van als kind één-met-de-wereld te zijn, een gevoel dat met het volwassen worden verloren gaat.

Lees ook:
Rollen voor regionale dagbladen
Regionale dagbladen en lokale attitudes
Twitter en Facebook als regionale media

Links voor media bouwers: 9 juli 2009

Links voor media bouwers: 28 juni 2009

  • Kijkers stemmen met hun voeten (of toch met de afstandsbediening). Nederlandse kijkers haken af bij Europa, alleen al het tonen van de Europese vlag doet 150.000 kijkers wegzappen, zo blijkt uit analyses van de (elektronisch opgemeten) kijkcijfers. Bij een item over Europa in het NOS journaal haken binnen de minuut 200.000 tot 300.000 kijkers af.
  • De krant Eleftheros Typos is niet meer. Deze Griekse krant werd in '07 onder handen genomen door het Innovation International Media, voerde een reeks revolutionaire veranderingen door in layout en organisatie van de redactie, won awards voor 'best designed newspaper' en verdrievoudigde haar verspreiding. Helaas voor de krant 'too little, too late'.
  • Een van de weinige succesverhalen bij de dagbladen: Svenska Dagbladet. Een krant die na zelfonderzoek zich realiseerde dat ze saai, moeilijk en bekrompen was, en er met succes iets aan deed.
  • Matt Thompson heeft een oplossing voor het oude conflict tussen journalisten, die diepgang en achtergrond willen geven, en lezers die vooral koppen en korte stukken lezen (tenzij het nieuws hen direct aangaat, dan kan een stuk niet uitgebreid genoeg zijn), een conflict dat dankzij het succes van het internet nog aangescherpt is. Thompson suggereert om permanente niche-subsites te bouwen rond algemene thema's met een insteek die voor iedereen relevant is (We hebben het niet over 'ruimtelijke ordening', maar over "Hoe maken we van Columbia de beste stad ter wereld") en geef dan in lagen steeds meer context, zodat lezers zelf kunnen bepalen hoe diep ze gaan, afhankelijk van hun interesse op dat moment. De invulling van die permanente niche-subsites zou volgens Thompson zoveel mogelijk automatisch ingebakken moeten worden in de normale workflow van de krant, om extra kosten te vermijden
  • Donald Duck is één van Nederlands meest populaire tijdschriften (lees ook: de succesformule achter Donald Duck). Dat bracht (en dat kon je vorige vrijdag in de media bijlage van De Morgen ook lezen) Sanoma op het idee om éénmalig een 'personality magazine 'rond de wereldberoemde eend uit te brengen naar het model van Linda en Goedele. Helaas zijn de reacties in de blogosfeer eerder vernietigend : lees ook hier en hier.
  • Overigens wonnen inSites en RTL in Nederland net een MOAward voor een onderzoeksproject waarbij reacties van kijkers op sociale media (zoals de blogosfeer) geïnventariseerd en geanalyseerd werden, als één van de feedback kanalen voor het programma 'so you think you can dance'.
  • In de VS wil Readers Digest zich positioneren op traditionele waarden. Welke waarden dat zijn en hoe het magazine daar wil op inspelen lees je bij media buyer and planner.
  • The Guardian gunt ons een unieke blik achter de schermen bij de redacties van Amerikaanse roddelbladen en de obsessie voor de driehoek Brad, Angelina en Jennifer.

Links voor mediabouwers: 14 mei 2009

Nieuws bij Innovation International Media

De Belgisch-Franstalige krant La Libre zit in een nieuw jasje, aangereikt door Innovation International Media. Bij IIM CEO Juan Giner vind je op zijn blog een "voor" en "na" vergelijking. IMM staat overigens deze week in Portugal ook mee aan de wieg voor een kwaliteitskrant. Een sneak preview daarvan vind je hier. Let ook op de titel. Waar je 100 jaar geleden een krant "nog de telegraaf" genoemd zou kunnen hebben, noem je vandaag een nieuwe krant "i".

Bekijk onderstaande slideshow (klik even door naar slide 57) en je merkt dat IMM - met haar 30/30 concept - eigenlijk zelfs veel verder zou willen gaan. (Lees ook: kranten heruitgevonden)

Links voor mediabouwers: 29 april 2009

Dummy uit de oude doos: Metro (B), 1999



Zo zag één van de eerste proefnummers van Metro (B) er in september 1999 uit. Vandaag, bijna tien later (en 9 jaar na de lancering in oktober 2000) ziet Metro er zo uit. Een stukje nostalgie dat bovenkwam bij het opentrekken van het archief ("oude doos" kan je in dit geval letterlijk nemen), toen ik vorige week Jonas Vandroemme op bezoek had. Jonas - master na master journalistiek - heeft een stage achter de rug bij Metro en is dus prima geplaatst om de "ist" situatie te confronteren met de "soll" situatie.

Overigens houdt de VUB op vrijdag 22/5 in het kader van mediabeleid en structuren een reeks lezingen over initiatieven die het medialandschap hertekenden. O.a. Marc Dupain (VTM), Stefan Ackermans (4FM), Gabriel Fehervari (Alfacam, Exqi) komen spreken. Ik zal zelf de Metro case toelichten.